Verschillende soorten diabetes type 2 voorspellen kans op complicaties

  • Gepubliceerd op: 23 april 2026
  • Categorie: Diabetes type 2

Het wordt steeds duidelijker dat diabetes type 2 niet bij iedereen dezelfde oorzaak heeft. Dit bevestigen resultaten uit het Zweedse ANDIS-onderzoek. Volgens de wetenschappers zijn er verschillende groepen mensen met diabetes type 2. En dit kan bijvoorbeeld voorspellen welke complicaties iemand kan krijgen.

Aan het ANDIS-onderzoek doen bijna 19.000 mensen mee. De onderzoekers schreven al eerder over de verschillende soorten diabetes type 2. Ze noemen dit: subtypen. De onderzoekers bepaalden deze subtypen door verschillende dingen te meten bij de diagnose. Zoals de BMI, het HbA1c, insuline-afgifte en hoe gevoelig mensen zijn voor het hormoon insuline. Ook keken de onderzoekers naar stoffen die passen bij diabetes type 1, zoals GAD-antistoffen.

Verschillende soorten diabetes type 2: andere complicaties? 

Nu hebben de wetenschappers onderzoek gedaan naar de kans op complicaties bij diabetes type 2. En hoe dit verschilt per subtype van diabetes type 2, gemiddeld 9 jaar na de diagnose. Ze keken hiervoor naar problemen die komen door schade aan de kleine bloedvaatjes. Zoals schade aan de nieren, oogproblemen en beschadigde zenuwen. En ze keken naar problemen met het hart en de grotere bloedvaten. Bijvoorbeeld hartfalen, een hartaanval of beroerte.

Welke subtypen van diabetes type 2 zijn er? 

De wetenschappers hebben een indeling gemaakt voor 5 subtypen. Sommige kenmerken van de subtypen kunnen overlappen.

  • MARD. Dit staat voor: 'moderate age-related diabetes'. 
    Vertaald in het Nederlands: diabetes die te maken heeft met ouderdom. 
     
    Mensen zijn in deze groep ingedeeld door hun hoge leeftijd bij de diagnose. Dit is gemiddeld 67 jaar. Hun bloedglucose is wat hoger, maar niet heel erg. Hun BMI is ook wat hoger. En deze mensen zijn iets minder gevoelig voor insuline. De hoeveelheid insuline die hun lichaam maakt lijkt te weinig om de bloedglucose in evenwicht te houden. 
     
    Ze hebben een kleine kans op problemen met hun ogen of zenuwen. Maar een grote kans op problemen met hun hart en bloedvaten. Dit komt ook doordat ze al wat ouder zijn bij hun diagnose.
     
  • MOD. Dit staat voor: 'moderate obesity-related diabetes'. 
    Vertaald in het Nederlands: diabetes die te maken heeft met ernstig overgewicht. 
     
    Mensen zijn in deze groep ingedeeld doordat ze bij diagnose een hoog BMI hebben. Ze hebben vaak een iets hoger HbA1c dan de mensen in de MARD-groep, maar dit is niet heel erg hoog. De leeftijd van deze groep bij diagnose is gemiddeld 49 jaar. Deze mensen zijn veel minder gevoelig voor insuline. En de hoeveelheid insuline die hun lichaam aanmaakt lijkt te weinig om de bloedglucose in evenwicht te houden. 
     
    Ze hebben een grote kans op problemen met hun lever.
     
  • SIRD. Dit staat voor: 'severe insulin-resistant diabetes'. 
    Vertaald in het Nederlands: diabetes met ernstige ongevoeligheid voor insuline (= insulineresistentie). 
     
    Mensen in deze groep zijn bij hun diagnose al heel erg ongevoelig voor insuline. Dit is ernstiger dan bij de MOD-groep. Ook hebben ze bij diagnose een hoger BMI en hoge leeftijd. Ze zijn gemiddeld 65 jaar. Hun lichaam maakt nog heel veel insuline aan. Maar dit lijkt te weinig om de bloedglucose in evenwicht te houden. De bloedglucose van deze mensen is iets hoger dan bij de MARD-groep. 
     
    Ze hebben de meeste kans op ernstige problemen met hun nieren, lever en hart. Ook hebben ze de meeste kans op een beroerte of hartaanval. 
     
  • SIDD. Dit staat voor: 'severe insulin-deficient diabetes'. 
    Vertaald in het Nederlands: diabetes met een groot tekort aan insuline. 
     
    Mensen in deze groep hebben vaak een erg hoog HbA1c bij diagnose. Ze zijn gemiddeld 57 jaar en hebben een iets hoger BMI. Deze groep is vaak ook iets minder gevoelig voor insuline. 
     
    Door de hoge bloedglucosewaarden hebben ze vaker schade aan de ogen en de zenuwen.
     
  • SAID. Dit staat voor: 'severe autoimmune diabetes'. 
    Vertaald in het Nederlands: diabetes wat te maken heeft met een auto-immuniteit, dus je afweersysteem valt het eigen lichaam aan.

    Deze groep heeft auto-immuunstoffen bij hun diagnose. Dit betekent dat ze eigenlijk geen diabetes type 2 hebben, maar diabetes type 1 of een vorm van diabetes type 1: LADA. Mensen in deze groep krijgen dus een verkeerde diagnose.

Waarom zijn deze subtypen van diabetes type 2 belangrijk? 

De subtypen kunnen belangrijk zijn bij de diagnose van diabetes type 2, legt apotheker en leefstijlexpert Anne-Margreeth Krijger uit. ‘Nu krijgt iemand de diagnose diabetes als de bloedglucose op 2 verschillende dagen te hoog is. Maar dan is niet duidelijk waarom de bloedglucose te hoog is. Maakt de alvleesklier te weinig of juist nog heel veel insuline? Of is het lichaam heel ongevoelig voor insuline?’

Er zijn wel manieren om te bepalen of je lichaam te weinig insuline maakt. En hoe je lichaam reageert op insuline. Maar dit wordt nog weinig gedaan. Behalve als er een vermoeden is dat iemand diabetes type 1 heeft. Nu wordt bij diabetes type 2 soms pas verder gekeken als behandelingen niet goed genoeg werken.

> Lees meer over verschillen in de behandeling van diabetes type 2.

Krijger: ‘Dit zouden we volgens mij beter kunnen uitzoeken bij het ontdekken van diabetes. Dus voordat we starten met de behandeling. Eerst goed uitzoeken welk type diabetes iemand heeft.’ De Nederlandse Diabetes Federatie heeft hiervoor met steun van het Diabetes Fonds een duidelijk schema gemaakt.

Behandeling met insuline voor minder schade aan ogen en zenuwen 

Met die kennis kan ook beter bepaald worden welke behandeling helpt. ‘Mensen die weinig insuline maken, kunnen hun leefstijl veranderen. Maar dit helpt vaak niet genoeg om de bloedglucose in evenwicht te krijgen. Ze hebben een behandeling met insuline nodig.’ Dit zijn in het ANDIS-onderzoek de SAID-groep en de SIDD-groep. 'Als we bij hen op tijd met insuline starten, zorgt dit hopelijk voor minder schade aan de ogen en zenuwen.’

Leefstijl als behandeling 

‘Dit verschilt van mensen die wel veel insuline maken, maar hier heel ongevoelig voor zijn’, vervolgt Krijger. Zoals de SIRD-groep in het onderzoek. ‘Deze groep heeft niet nog meer insuline nodig. Dat is bij hen niet de oorzaak van de hoge bloedglucosewaarden. Juist bij deze groep en de MOD-groep kan verandering van leefstijl een groot verschil maken. De kans is groot dat zij dan minder of geen medicijnen meer nodig hebben.’

Leefstijl blijft trouwens voor iedereen met diabetes belangrijk. ‘Het zorgt niet alleen voor betere bloedglucosewaarden. Het voorkomt en vermindert ook complicaties.’

> Wil je meer lezen over de verschillende manieren om diabetes type 2 te behandelen? Lees dan ook dit uitgebreidere interview met Anne-Margreeth Krijger.