Vliegen met diabetes
Een zakenreis, vakantie, wereldreis of lang weekend weg? Als je gaat vliegen met diabetes is een goede voorbereiding belangrijk. Hoe bereid je je goed voor? Bekijk het hier.
Bekijk het artikel
Vliegen heeft invloed op je insulinepomp en dus op je bloedglucose. De luchtdruk in het vliegtuig kan ervoor zorgen dat je pomp anders werkt dan normaal. Deze resultaten presenteerden wetenschappers op een groot congres.
Gebruik je een insulinepomp? Let dan op met vliegen, vooral bij het opstijgen en landen. En bij heftige turbulentie. Dit geldt ook voor mensen die een hybrid closed loop-systeem (HCL) gebruiken.
In het vliegtuig verandert de luchtdruk. Je voelt dit bijvoorbeeld aan je oren. Tijdens het stijgen wordt de luchtdruk lager. En bij het dalen wordt de luchtdruk hoger. Hoe reageert je insulinepomp hierop? Wetenschappers deden de luchtveranderingen van een vlucht na, in een speciale kamer. Ze testten insulinepompen in deze kamer.
De onderzoekers zagen dat de insulinepompen te veel insuline gaven tijdens het stijgen. Dit kan een hypo veroorzaken. Vooral bij kinderen. Bij het dalen was het precies andersom: de insulinepompen gaven te weinig insuline af. En dat kan zorgen voor een hyper. Het verschil was ongeveer 0,5 eenheid insuline.
Heel soms verliest een vliegtuig snel hoogte, bijvoorbeeld door heftige turbulentie. Daarna moet het vliegtuig weer snel omhoog. De onderzoekers keken wat dit deed met insuline. Ze zagen dat er veel insuline kan vrijkomen. Het is dus goed om je bloedglucose extra te controleren na heftige turbulentie. Gelukkig gebeurt dit niet vaak.
Vliegen heeft dus invloed op hoe goed je insulinepomp steeds insuline kan afgeven. Dit komt door luchtbellen, zeggen de onderzoekers. Tijdens het stijgen komen er luchtbellen in de insuline. Hierdoor komt de insuline makkelijker uit de pomp. Het stroomt bijvoorbeeld makkelijker uit het slangetje. Tijdens het dalen worden de luchtbellen weer minder. Daardoor gaat de insuline minder makkelijk de pomp uit.
Wat kun je doen bij het opstijgen? De onderzoekers adviseren om de pomp los te koppelen, net voor het opstijgen. Meestal duurt het opstijgen ongeveer 20 minuten, daarna kun je de pomp weer aansluiten. Probeer wel eerst de luchtbellen te verwijderen voordat je de pomp weer aansluit. Dit kan bijvoorbeeld door het slangetje van de infuusset door te spoelen. Het hangt wel af van je pomp of dit kan.
Wat kun je het beste doen na het landen? Je kunt dan de insulinepomp even loskoppelen. En het slangetje opnieuw vullen, als dit kan met jouw soort pomp. Kun je je pomp niet makkelijk loskoppelen? Neem dan een kleine snack om een hypo te voorkomen.
Verder is het altijd goed om tijdens het vliegen vaker je bloedglucose te controleren. Want er zijn meer dingen die invloed hebben op je bloedglucose, zoals ander eten, stress en reisziekte.
De invloed van vliegen op je insulinepomp kan bij iedereen anders zijn. Het kan ook invloed hebben op je hybrid closed loop-systeem. Praat met je arts of diabetesverpleegkundige voordat je gaat vliegen. Zij kunnen advies geven over hoe je je insulinepomp het beste gebruikt tijdens de vlucht.
Bron: EASD congres 2024: ‘Pilots and passengers: the ups and downs’
Beeld: Sofiaworld, Shutterstock
Een zakenreis, vakantie, wereldreis of lang weekend weg? Als je gaat vliegen met diabetes is een goede voorbereiding belangrijk. Hoe bereid je je goed voor? Bekijk het hier.
Bekijk het artikelWil je meer weten over glucosesensoren en insulinepompen? Er is nu een online kaart met 9 onderwerpen over technologie. Je ziet er vragen en antwoorden. Deze kaart is ook handig voor een gesprek met je zorgverlener.
Bekijk het artikel
In de alvleesklier wordt niet alleen insuline gemaakt. De bètacellen maken ook het hormoon amyline. Er gebeurt veel onderzoek naar medicijnen die werken zoals amyline. Dat werd ook duidelijk op het EASD-congres in Milaan. Nieuwe medicijnen die werken zoals amyline kunnen belangrijk worden in de behandeling voor mensen met diabetes en overgewicht. Wat moet je weten?

Dit er te weinig insuline in je lichaam? Dan kun je ketonen krijgen. Deze meet je met een ketonenmeter. Een bedrijf heeft nu een nieuwe sensor gemaakt die de glucosewaarde en hoeveelheid ketonen allebei kan meten.

Door diabetes kun je ook andere lichamelijke problemen krijgen. Zoals oogproblemen of schade aan de nieren. En misschien minder bekend: diabetes kan ook invloed hebben op je hersenen. Wetenschappers vertelden over diabetes en de hersenen tijdens het grote EASD-congres. Internist-vasculair geneeskundige Thomas van Sloten was er ook bij en beantwoordt 5 vragen over diabetes en de hersenen.

Tijdens het EASD-congres is er veel aandacht voor eetproblemen bij diabetes. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat deze problemen er heel verschillend uit kunnen zien. Ze zijn soms lastig te herkennen, ook voor zorgverleners.