woensdag, augustus 27, 2014
   
Text Size
01
Jul
2014

Genetische aspecten van autofluorescentie van de huid

 

Hoeveel risico een patiënt met diabetes loopt op complicaties, zoals hart- en vaatziekten kan met een AGE-reader gemeten worden. AGE's geven een nauwkeurigere indicatie van de kans op complicaties dan de klassieke indicatoren als de HbA1c-waarde in het bloed. Dit blijkt uit onderzoek van promovenda Helen Lutgers.


age readerDe AGE-reader is een in Groningen ontwikkeld apparaat waarmee op snelle, eenvoudige en niet belastende manier AGE's (Advanced Glycation Endproducts) worden gemeten.

Onderzoekers uit Nederland en de VS hebben nu een belangrijk gen aangetoond, dat van invloed is op de meting met de AGE reader. Zowel in het LifeLines onderzoek onder 8721 mensen zónder diabetes, en in de DCCT studie, verricht in de VS onder ruim 1400 mensen met type 1 diabetes, bleek het NAT2 gen een belangrijke invloed te hebben op de met een AGE reader gemeten autofluorescentie van de huid.

Bron:

http://link.springer.com/article/10.1007/s00125-014-3286-9

 

AddThis Social Bookmark Button
 
01
Jul
2014

Nieuwe inhalatie insuline door FDA goedgekeurd

De Amerikaanse FDA heeft de registratie goedgekeurd van een nieuwe insuline vorm, die via inademing ('inhalatie') wordt toegediend.
Afrezza is de naam van de insuline, die geproduceerd wordt door de firma Mannkind in Connecticut, VS.
Voor mensen met spuitangst is inhalatie insuline een mogelijk alternatief, alhoewel het middel niet gebruikt mag worden door mensen met een longaandoening als astma en COPD, en ook niet door mensen die roken.

Bron:
http://www.fda.gov/NewsEvents/Newsroom/PressAnnouncements/ucm403122.htm

AddThis Social Bookmark Button
   
27
Jun
2014

EASD Wenen september 2014

In september is het tijd voor een jubileum viering. In Wenen wordt dan van 16/9 - 19/9 de 50e jaarlijkse wetenschappelijke vergadering van de EASD, de European Association for the Study of Diabetes, gehouden.
Onderzoekers uit de hele wereld presenteren hier hun laatste onderzoeksbevindingen, of presenteren overzichten van belangrijke aspecten van het ontstaan en de behandeling van diabetes. Waarschijnlijk is uw medisch specialist dan enkele dagen op pad om de laatste nieuwtjes op het gebeid van diabetes te vernemen. Onderwerpen in symposia zijn o.a. de rol van de darmbacteriën bij het ontstaan van diabetes, nieuwe inzichten in het ontstaan van complicaties als retinopathie en nefropathie, de plaats van nieuwe medicamenten als SGLT2-remmers, maar ook het Michale Berger debat over het bewijs van nut van bestaande geneesmiddelen, die in de jaren 60 en 70 niet zo rigoreus werden bestudeerd als de nieuwe middelen nu, en zelfs de lange termijn effecten van bariatrische chirurgie bij diabetes worden besproken.

Een deel van het programma is al bekend, en kan bekeken worden op:

http://www.easd.org/images/easdwebfiles/annualmeeting/50thmeeting/Prog-at-Glance.html

 

AddThis Social Bookmark Button
   
09
Jun
2014

Hart- en vaatziekten bij vrouwen met diabetes

Vrouwen met type 2 diabetes lopen in sommeige studies even veel, en in andere onderzoekingen zelfs 40 tot 50 procent méér risico op hart- en vaatziekten dan mannen met diabetes. 

Recent publiceerden Australische onderzoekers een zgn. meta-analyse, waarin zij 64 onderzoeken samenvoegden die in diverse landen zijn uitgevoerd tussen 1966 en 2013. Aan deze onderzoeken deden in totaal meer dan 850.000 mensen mee.

De onderzoekers denken dat vrouwen met diabetes een grotere kans hebben op hart- en vaatziekten omdat ze vaak later, en met een hoger gewicht diabetes type 2 krijgen. Mannen krijgen eerder en met een lager gewicht al diabetes type 2. Ze worden hierdoor in een eerder stadium al behandeld. Bij vrouwen is hun gezondheid al verder verslechterd als ze de diagnose diabetes krijgen.

Al met al lijkt het verstandig om vrouwen vaker te screenen op diabetes. Dat kan het ontstaan van hart- en vaatziekten hopelijk voorkomen. Bij vrouwen die al diabetes hebben, moeten artsen meer aandacht besteden aan het voorkomen en behandelen van hart- en vaatziekten. Mede om die reden wordt binnen grote Europese onderzoeksprojecten steeds meer aandacht besteed aan juist de specifieke verschillen tussen mannen en vrouwen bij het ontstaan van (complicaties van) chronische ziekten.

 

Bronnen:

http://care.diabetesjournals.org/content/37/3/830

http://link.springer.com/article/10.1007%2Fs00125-014-3260-6

 

AddThis Social Bookmark Button
   
04
Jun
2014

Ramadan en diabetes

Binnenkort begint de jaarlijkse vastenmaand voor moslims: de Ramadan. Het is voor moslims een bijzondere maand van grote saamhorigheid. Mensen met diabetes die medicijnen krijgen, krijgen vrijstelling van de Ramadan, zij hoeven niet te vasten. Want met diabetes is vasten ongezond en kan zelfs gevaarlijk zijn.   Omdat de Ramadan zo belangrijk is voor moslims, doen de meeste mensen eraan mee. Ook als ze diabetes hebben. Toch is het niet verstandig voor mensen die diabetes hebben en medicijnen of insuline gebruiken. Ze kunnen een aanval krijgen van te lage bloedsuiker of verergering van complicaties, dat zijn allerlei lichamelijke gevolgen van diabetes.

In de Koran staat dat mensen die chronisch ziek zijn en medicijnen krijgen, niet hoeven mee te vasten. Ze hoeven dat ook niet in te halen. Diabetes is een chronische ziekte.

Advies aan moslims met diabetes, zeker met medicijnen of veel lichamelijke klachten: doe niet mee met vasten. Wilt u toch meedoen aan de Ramadan, overleg dan van tevoren met uw arts! Die kan bijvoorbeeld medicijnen tijdelijk veranderen: andere hoeveelheden en op andere momenten van de dag dan normaal. Als u toch meedoet, moet u tijdens en na de Ramadan extra controles krijgen.

Bron: www.diabetesfonds.nl

AddThis Social Bookmark Button
   
01
Mar
2014

Virusinfecties en type 1 diabetes


Onderzoekers uit Duitsland, Enegeland en Australië hebben nieuwe aanwijzingen gevonden dat er een verband bestaat tussen virusinfecties en het ontwikkelen van type 1 diabetes. Zo valt te lezen in een online publicatie van het tijdschrift Diabetes (21 februari 2014)

Eerder onderzoek toonde een duidelijk verband aan tussen het ontstaan van type 1 diabetes en de aanwezigheid van een bepaald eiwit (antiviraal type 1 interferon). De onderzoekers (mede onder leiding van professor John Todd en Anette Ziewgler, bekende experts op dit gebied) ontdekten dat kinderen die later type 1 diabetes kregen meer van dit eiwit hadden. Bij gezonde kinderen, of kinderen die al type 1 diabetes hadden, was de hoeveelheid interferon normaal. De grotere hoeveelheid eiwitten lijkt samen te hangen met infecties aan de bovenste luchtwegen, die vaak ontstaan tijdens griep of verkoudheid.

 

De originele bron:

http://diabetes.diabetesjournals.org/content/early/2014/02/06/db13-1777.abstract

 

 

AddThis Social Bookmark Button
   
17
Feb
2014

Overige typen van diabetes mellitus

Wetenschappelijk onderzoek heeft er inmiddels toe geleid dat diabetes mellitus in 3 hoofdgroepen kan worden onderscheiden:

1. Type 1 diabetes mellitus, waaronder ook LADA.

2. Type 2 diabetes mellitus.

3. Overige typen diabetes mellitus als gevolg van:

● Aangeboren afwijkingen van de insulineproducerende cellen, de bètacellen in de alvleesklier, bijvoorbeeld MODY en MIDD.

● Aangeboren afwijkingen in het effect van de werking van insuline.

● Ziekten van de alvleesklier, onder andere taaislijmziekte (cystic fibrose), (acute) pancreatitis of een tumor.

● Aandoeningen aan de endocriene organen, bijvoorbeeld aan de hypofyse, schildklier of bijnier. Gevolg van een hormonale aandoening kan zijn dat meer insuline nodig is, zoals bij hyperthyreoïdie of dat de gevoeligheid voor insuline afneemt, zoals bij de ziekte van Cushing of acromegalie.

● Bepaald medicijngebruik, onder andere bij gebruik van corticosteroiden.

● Zwangerschapsdiabetes.

 

LADA

LADA, ofwel Latent Autoimmune Diabetes in Adults, is een ‘sluimerende vorm’ van type 1 diabetes bij volwassenen en ontstaat meestal boven de 35 jaar. Bij het ontstaan van LADA spelen zowel genetische als omgevingsfactoren een rol. Naar schatting hebben meer dan 15% van de mensen met de diagnose type 2 diabetes eigenlijk de LADAvorm. Over het algemeen is er geen sprake van overgewicht. LADA wordt nog vaak gediagnosticeerd als type 2 diabetes en als zodanig behandeld. Wanneer echter bij een volwassene diabetes ontstaat en er is geen sprake van overgewicht, is het belangrijk om tijdig nader te onderzoeken of het om de LADA-vorm gaat, er kan dan zo snel mogelijk met insulinebehandeling gestart worden. Mogelijk kan dat helpen om het afbraakproces van de bètacellen af te remmen, zodat de eigen insulineproducerende cellen langer behouden kunnen worden.

Bloedonderzoek naar antistoffen tegen de insulineproducerende bètacellen kan helpen om de diagnose LADA te stellen.

 

MODY

MODY, ofwel Maturity-Onset Diabetes of the Young, is een erfelijke vorm (autosomaal dominant) van type 2 diabetes, en ontstaat op jonge leeftijd, jonger dan 25 jaar. MODY is een erfelijke afwijking waarbij de pancreas onvoldoende reageert op een stijging van het glucosegehalte in het bloed, waardoor levenslang te weinig insuline afgegeven wordt. Er zijn zes verschillende typen van MODY bekend die onderling verschillen in vorm en ernst. Naar schatting hebben 2 – 4% van alle mensen met diabetes MODY. MODY wordt, vanwege het ontstaan op jonge leeftijd, vaak gediagnosticeerd als type 1 diabetes. Het is zinvol MODY vroegtijdig te diagnosticeren omdat een belastende insulinetherapie vooralsnog of helemaal niet nodig is. Bij de meest milde vorm van MODY wordt al goed gereageerd op een voedingsadvies- en leefstijladvies. Complicaties van diabetes ontstaan nauwelijks.

De minder milde vormen van MODY kunnen meestal de eerste jaren goed worden behandeld met tabletten die de insulinesecretie stimuleren voordat insulinetherapie noodzakelijk is. MODY wordt vermoed als er in twee voorgaande generaties, bij eerstegraads familieleden voor het 25e levensjaar diabetes is ontstaan. Met DNA-onderzoek kunnen de verschillende typen van MODY worden bepaald. Voor ieder type is een ander specifiek gen verantwoordelijk, de behandeling kan daardoor voor ieder type goed worden afgestemd.

 

MIDD

MIDD, ofwel Maternally Inherited Diabetes and Deafness, is een zeldzame, mitochondriëel erfelijke vorm van diabetes mellitus, waarbij de pancreas onvoldoende insuline afgeeft en vaak gepaard gaat met doofheid of slechthorendheid en soms ook met andere problemen, zoals nierproblemen en spierzwakte. MIDD wordt doorgegeven van moeder op kind en komt in Nederland bij minder dan 1% van de mensen met diabetes voor. MIDD wordt meestal tussen het 30e en 40e levensjaar ontdekt, heeft zowel kenmerken van type 1 als type 2 diabetes en verschilt in vorm en ernst per persoon. De bijbehorende doofheid of slechthorendheid treedt meestal 10 tot 15 jaar eerder op voordat de diabetes ontstaat. Veel mensen met MIDD hebben door de stoornis in de mitochondriën ook problemen met de energiestofwisseling in de spieren, en daardoor bij inspanning snel klachten van spierpijn en vermoeidheid.

Met genetisch onderzoek. MIDD wordt vermoed als de moeder diabetes heeft en bovengenoemde problemen zich voordoen. DNA-onderzoek kan uitsluitsel geven. Dit is vooral van belang omdat bepaalde medicijnen, zoals metformine en statines, bij deze patiënten zijn gecontraïndiceerd.

 

Zwangerschapsdiabetes

Zwangerschapsdiabetes is een vorm van type 2 diabetes en kan optreden ongeveer vanaf de 16e week  van de zwangerschap. Tijdens de zwangerschap kan, onder invloed van de zwangerschapshormonen een relatief tekort aan insuline ontstaan. Om de verhoogde bloedglucose te doen dalen, wordt allereerst een leefstijladvies voorgeschreven. Indien de bloedglucose niet voldoende normaliseert, volgt insulinetherapie. Zwangerschapsdiabetes geeft een verhoogde kans op een latere ontwikkeling van diabetes. Ter preventie blijft een gezonde leefstijl daarom belangrijk.

 

AddThis Social Bookmark Button
   
08
Nov
2013

Zwangerschap en diabetes

Zwangerschap bij vrouwen met type 1 of type 2 diabetes gaat gepaard met een verhoogde kans op complicaties bij moeder en kind. Voorwaarde het bereiken van een goede uitkomst van de zwangerschap is een intensieve, goed gecoördineerde begeleiding door internist, diabetesverpleegkundige, diëtist, gynaecoloog en kinderarts. Deze begeleiding in teamverband begint al op het moment dat er sprake is van zwangerschapswens en duurt tot en met het kraambed.

pregnant

Het risico op ernstige aangeboren afwijkingen, vooral van hart en zenuwstelsel, is enkele malen hoger dan in de algemene populatie: 6-13% tegen 1-3%. Dit verhoogde risico blijkt met name samen te hangen met de bloedglucose regulatie in de periode rond de conceptie. Bij (bijna) normoglycemie in deze periode is de kans op aangeboren afwijkingen het kleinst, maar (gebaseerd op ook Nederlands epidemiologisch onderzoek) toch altijd nog 1.5 - 2 maal zo hoog als bij vrouwen zonder diabetes. Dit betekent dat de conceptie idealiter pas plaatsvindt, als er sprake is van een zeer strikte bloedglucose regulatie. Een HbA1c < 7% wordt hiervoor als maat gehanteerd (normaal 4,2-6,1%).

Iedere vrouw met diabetes in de vruchtbare leeftijd dient op de hoogte te zijn van de consequenties van een eventuele zwangerschap. In geval van zwangerschapswens dient uitgebreide voorlichting en advisering plaats te vinden, bij voorkeur in het bijzijn van de partner. De volgende punten moeten daarbij aan de orde komen:

* de noodzaak van (bijna) normoglycemie (HbA1c < 7%) rondom de conceptie, om de kans op aangeboren afwijkingen zo klein mogelijk te maken

* de zorg voor adequate anticonceptie, zolang een strikte bloedglucose regulatie nog niet gerealiseerd is

* toediening van foliumzuur ter voorkoming van neuraalbuisdefecten

* bij vrouwen met type 2 diabetes die worden behandeld met orale bloedglucoseverlagende medicatie: overzetting op insuline

* bij vrouwen met macro- en/of microvasculaire complicaties: de extra risico’s en de te nemen maatregelen

* aanpassen van bestaande preventieve medicatie (ACE-remmers zijn teratogeen, ook statines dienen te worden gestopt)

In samenspraak met patiënte, internist, diabetesverpleegkundige en diëtist wordt een plan opgesteld om de bloedglucose regulatie en de voeding te optimaliseren. Vrijwel altijd is behandeling met intensieve insulinetherapie (basaal bolusschema met 4-5 injecties per dag, of insulinepomptherapie) geïndiceerd. In geval van behandeling met orale bloedglucoseverlagende medicatie wordt overgeschakeld op insuline. Snelwerkende insulineanalogen zijn veilig gebleken tijdens de zwangerschap.

In de tweede helft van de zwangerschap ontstaat door de hoge bloedspiegels van hormonen (oestrogenen, progesteron, cortisol, humaan placentair lactogeen) insulineresistentie, die zich uit in een tragere verdwijning van glucose uit het bloed na een maaltijd. Wanneer de moeder niet of onvoldoende in staat is de insulineresistentie door een hogere insulinesecretie te compenseren, kan het komen tot zwangerschapsdiabetes (diabetes die gedurende de zwangerschap ontstaat). Voor vrouwen die al diabetes hadden vóór de zwangerschap betekent dit dat de insulinebehoefte gedurende de zwangerschap geleidelijk toeneemt van ca. 0,7 E/kg lichaamsgewicht per dag in het eerste trimester tot ca. 1,0 / 1,5 E/kg per dag in het laatste trimester. Direct na de bevalling daalt de insulinebehoefte vaak tot waarden lager dan voor de zwangerschap, om dan na een paar dagen weer op de uitgangswaarde te komen.

 

Diabetes in de zwangerschap

Zwangerschapsdiabetes (diabetes gravidarum) is een vorm van suikerziekte die kan optreden tijdens de zwangerschap. Dit wordt dan veroorzaakt door een tekort aan insuline of door een verminderde gevoeligheid voor insuline, waardoor het insuline minder goed werkt. Zoals reeds eerder gezegd is er tijdens de zwangerschap, door de hormonale veranderingen, meer insuline nodig om de glucose uit de voeding te verwerken en de bloedglucose spiegel stabiel te houden. Als de alvleesklier deze verhoogde vraag niet aan kan, omdat al maximaal insuline wordt aangemaakt, stijgt de bloedglucose spiegel en is er sprake van zwangerschapsdiabetes. Meestal treedt dit pas op na de 20e week van de zwangerschap.

Wanneer de bloedglucose spiegel bij herhaling te hoog is, krijgt de baby eveneens teveel suiker via de placenta aangeboden. De baby zet dit om in vet. Baby's van moeders met zwangerschapsdiabetes kunnen dan ook groot en zwaar worden. Als de baby sterk groeit en de placenta groeit onvoldoende mee, dan kan de baby aan het eind van de zwangerschap niet genoeg voedingsstoffen krijgen. Ook kan een groot kind de bevalling bemoeilijken. Bovendien is er na de bevalling bij de baby een verhoogde kans op te lage bloedglucoses, hypoglycemie.

Er is inmiddels een uitstekende Nederlandse richtlijn over de wijze van screening op zwangerschapsdiabetes. Om het bestaan van een diabetes vroeg in de zwangerschap op te sporen wordt in het algemeen aangeraden om een bloedglucosespiegel (veneus bloed) te bepalen rond de 10e zwangerschapsweek, zie de figuur. Afhankelijk van de uitkomst wordt een OGTT afgesproken, of een verdere behandeling ingezet als de bloedglucose verhoogd is. Bij vervolgonderzoek kan er sprake zijn van een nog niet eerder ontdekte type 2 diabetes. Voorlichting over de (verhoogde) kans op aangeboren afwijkingen, en desgewenst onderzoek hiernaar, is dan noodzakelijk. Het begin van het derde trimester (24-28 weken van de zwangerschap) is het klassieke moment voor de screening op zwangerschapsdiabetes. De voorkeur gaat hierbij uit naar een selectief model van screening, dat wil zeggen alleen bij vrouwen met een verhoogd risico. De indicaties staan in de figuur vermeld.

dmgrav01 

Wanneer de diagnose zwangerschapsdiabetes is gesteld, en dieettherapie onvoldoende is om de bloedglucose waarden onder de 7 mmol/l te houden, geeft men insuline (geen orale middelen). In een aantal gevallen is een tweemaaldaagse combinatie van een kort- en een middellangwerkend insuline voldoende (0,3-0,4 E/kg ideaal lichaamsgewicht, 0,5-0,7 E/kg bij overgewicht). Wanneer dit niet toereikend is om de bloedglucosespiegels tussen de 3 en 6 mmol/l te houden, gaat men over op meerdere injecties insuline per dag zoals dat ook gebruikelijk is voor de patiënt met type 1 diabetes  die zwanger wordt. Er zijn aanwijzingen dat een dergelijke behandeling leidt tot een geringere neonatale morbiditeit. Een optimale instelling kan soms nog beter worden bereikt met continue subcutane insuline-infusie (CSII) met behulp van een pompje.

Streefwaarden voor het bloedglucose gehalte gedurende het etmaal zijn:

nuchter < 5,3 mmol/l;

1 uur postprandiaal < 7,8 mmol/l.

Frequente zelfcontrole is uiteraard noodzakelijk. De nagestreefde normoglycemie gaat gepaard met een grotere kans op het doormaken van (ernstige) hypoglycemie. De symptomen van hypoglycemie kunnen veranderen of verdwijnen (‘hypoglycemia unawareness’) tijdens de zwangerschap. Het HbA1c dient lager te blijven dan 6,5% (normaal tijdens graviditeit 4-6%).

Ter preventie van het optreden van zowel hypoglycemie als ketoacidose tijdens de partus en van neonatale hypoglycemie wordt de bloedsuikerspiegel gedurende de partus tussen 4 en 7 mmol/l gehouden met behulp van een glucose-infuus (glucose 5%) plus snelwerkende insuline via een perfusor. In de praktijk is een toediening van 1-2E/uur voldoende, en deze dosering wordt bijgesteld aan de hand van bloedglucose metingen, die in principe ieder uur worden uitgevoerd.

dmgrav02

AddThis Social Bookmark Button
   
23
Jun
2013

UMCG lanceerde website voor ziekte ervaringen

Websites met gegevens over ziektebeelden en de behandelmogelijkheden zijn er al volop. Een site met betrouwbare wetenschappelijke informatie over de manier waarop ziekte ingrijpt op je leven en wat het betekent om met een ziekte te moeten leven, is er in Nederland echter nog niet. Het UMCG introduceert daarom de website www.pratenovergezondheid.nl om deze leemte te vullen. De eerste ziekte die op deze site aan bod komt is dementie, andere ziektebeelden zullen volgen. Tijdens een symposium op 27 juni waarbij o.a. actrice Gerda Havertong en oud-wereldkampioen schaatsen Harm Kuipers spraken, werd de site gelanceerd.

Betrouwbare informatie over de beleving en ervaring van patiënt of mantelzorger, zijn een grote steun voor andere patiënten en mantelzorgers. In het huidige informatieaanbod over dementie is weinig tot geen informatie over de vraag wat dementie daadwerkelijk met de patiënt of mantelzorger doet. Patiënten- en vrijwilligersverenigingen geven aan dat deze informatie nauwelijks verkrijgbaar is en bovendien niet altijd betrouwbaar is. Ook zorgverleners hebben niet altijd antwoord op ervaringsgerichte vragen. Door ervaringen van anderen kunnen mensen zich eerder voorbereiden op wat gaat komen en tijdig eventuele maatregelen nemen. Hierdoor kunnen zij langer de regie over hun eigen thuissituatie houden en hun welbevinden en kwaliteit van leven verhogen.

Op de website www.pratenovergezondheid.nl komt informatie over de impact van dementie te staan. Die informatie komt voort uit diepte-interviews, waarin patiënten en mantelzorgers hun persoonlijk verhaal vertellen vanaf het moment dat de eerste verschijnselen zich voordeden. De verhalen worden op de website geïllustreerd aan de hand van video-, audio- of tekstfragmenten van de interviews. De site geeft daarmee antwoord op veelgestelde vragen en biedt mensen inzicht en informatie over dementie(problemen) en hoe daarmee om te gaan. Naast het feit dat patiënten en mantelzorgers hun voordeel kunnen doen met de website, wordt de site ook een bron van informatie voor (para)medische en andere zorgverleners.

In Engeland is al veel ervaring opgedaan met een vergelijkbare site, www.healthtalkonline.org. Meer dan zes miljoen hits per maand geven aan hoe groot de behoefte is aan dit soort informatie. Op de Engelse website staan 75 ziekten en gezondheidproblemen vermeld.

 

AddThis Social Bookmark Button
   

JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

ZOEKEN OP DEZE SITE

Who's Online

We hebben 20 gasten online
McAfee SECURE-sites bieden bescherming tegen identiteitsdiefstal, creditcardfraude, spyware, spam, virussen en online oplichting