woensdag, april 23, 2014
   
Text Size
23
Jun
2013

UMCG lanceerde website voor ziekte ervaringen

Websites met gegevens over ziektebeelden en de behandelmogelijkheden zijn er al volop. Een site met betrouwbare wetenschappelijke informatie over de manier waarop ziekte ingrijpt op je leven en wat het betekent om met een ziekte te moeten leven, is er in Nederland echter nog niet. Het UMCG introduceert daarom de website www.pratenovergezondheid.nl om deze leemte te vullen. De eerste ziekte die op deze site aan bod komt is dementie, andere ziektebeelden zullen volgen. Tijdens een symposium op 27 juni waarbij o.a. actrice Gerda Havertong en oud-wereldkampioen schaatsen Harm Kuipers spraken, werd de site gelanceerd.

Betrouwbare informatie over de beleving en ervaring van patiënt of mantelzorger, zijn een grote steun voor andere patiënten en mantelzorgers. In het huidige informatieaanbod over dementie is weinig tot geen informatie over de vraag wat dementie daadwerkelijk met de patiënt of mantelzorger doet. Patiënten- en vrijwilligersverenigingen geven aan dat deze informatie nauwelijks verkrijgbaar is en bovendien niet altijd betrouwbaar is. Ook zorgverleners hebben niet altijd antwoord op ervaringsgerichte vragen. Door ervaringen van anderen kunnen mensen zich eerder voorbereiden op wat gaat komen en tijdig eventuele maatregelen nemen. Hierdoor kunnen zij langer de regie over hun eigen thuissituatie houden en hun welbevinden en kwaliteit van leven verhogen.

Op de website www.pratenovergezondheid.nl komt informatie over de impact van dementie te staan. Die informatie komt voort uit diepte-interviews, waarin patiënten en mantelzorgers hun persoonlijk verhaal vertellen vanaf het moment dat de eerste verschijnselen zich voordeden. De verhalen worden op de website geïllustreerd aan de hand van video-, audio- of tekstfragmenten van de interviews. De site geeft daarmee antwoord op veelgestelde vragen en biedt mensen inzicht en informatie over dementie(problemen) en hoe daarmee om te gaan. Naast het feit dat patiënten en mantelzorgers hun voordeel kunnen doen met de website, wordt de site ook een bron van informatie voor (para)medische en andere zorgverleners.

In Engeland is al veel ervaring opgedaan met een vergelijkbare site, www.healthtalkonline.org. Meer dan zes miljoen hits per maand geven aan hoe groot de behoefte is aan dit soort informatie. Op de Engelse website staan 75 ziekten en gezondheidproblemen vermeld.

 

AddThis Social Bookmark Button
 
21
Jun
2013

Ramadan en diabetes

Binnenkort begint de jaarlijkse vastenmaand voor moslims: de Ramadan. Het is voor moslims een bijzondere maand van grote saamhorigheid. Mensen met diabetes die medicijnen krijgen, krijgen vrijstelling van de Ramadan, zij hoeven niet te vasten. Want met diabetes is vasten ongezond en kan zelfs gevaarlijk zijn.   Omdat de Ramadan zo belangrijk is voor moslims, doen de meeste mensen eraan mee. Ook als ze diabetes hebben. Toch is het niet verstandig voor mensen die diabetes hebben en medicijnen of insuline gebruiken. Ze kunnen een aanval krijgen van te lage bloedsuiker of verergering van complicaties, dat zijn allerlei lichamelijke gevolgen van diabetes.

In de Koran staat dat mensen die chronisch ziek zijn en medicijnen krijgen, niet hoeven mee te vasten. Ze hoeven dat ook niet in te halen. Diabetes is een chronische ziekte.

Advies aan moslims met diabetes, zeker met medicijnen of veel lichamelijke klachten: doe niet mee met vasten. Wilt u toch meedoen aan de Ramadan, overleg dan van tevoren met uw arts! Die kan bijvoorbeeld medicijnen tijdelijk veranderen: andere hoeveelheden en op andere momenten van de dag dan normaal. Als u toch meedoet, moet u tijdens en na de Ramadan extra controles krijgen.

Bron: www.diabetesfonds.nl

AddThis Social Bookmark Button
   
18
Jun
2013

Jongeren met type 2 diabetes: sneller complicaties

Jongeren met type 2 diabetes krijgen sneller en ernstigere diabetescomplicaties dan mensen die op oudere leeftijd diabetes krijgen. Huidige beschikbare behandelingen helpen nauwelijks. Dit blijkt uit een grote Amerikaanse studie.   De onderzoekers bekeken verschillende aspecten van gezondheid van Amerikaanse tieners met type 2 diabetes. Deze jongeren ontwikkelen in rap tempo ernstige oog-, nier- en hartproblemen. Behandelingen die vaak goed werken voor volwassenen schieten tekort bij deze groep jongeren. Hun bloedsuiker is niet onder controle te houden en de meesten kunnen al snel niet anders behandeld worden dan met insuline.

De resultaten uit deze zogeheten TODAY-studie zijn alarmerend. In de meest productieve fase van hun leven, als ze gaan studeren of werken, krijgen jongeren met type 2 diabetes te maken met ernstige gezondheidsproblemen. De behandelingen die nu beschikbaar zijn kunnen het tij niet keren.

In Nederland hebben veel minder jongeren type 2 diabetes dan in de Verenigde Staten, exacte aantallen zijn echter niet bekend, zo goed is ons registratie-systeem van ziekten nou ook weer niet. Gezien de toename van obesitas ook in Nederland (inmiddels heeft meer dan 15% van de Nederlanders een BMI boven de 30) zullen deze aantallen rap toenemen.

Bron: Diabetes Care, juni 2013; Diabetesfonds

 

AddThis Social Bookmark Button
   
17
Jun
2013

Prevalentie van diabetes 2012

De prevalenties van type 1 en van type 2 diabetes nemen snel toe. Type 2 diabetes is verantwoordelijk voor meer dan 90% van de gevallen . Deze aandoening heeft inmiddels epidemische vormen aangenomen. Naar schatting zijn er meer dan 180 miljoen mensen met diabetes wereldwijd, en dit aantal zal in het jaar 2030 zijn toegenomen tot meer dan 360 miljoen.

In Nederland waren er in 2012 circa 900.000 mensen met diabetes. Jaarlijks komen er ongeveer 71.000 mensen met diabetes bij. Het RIVM voorspelt dat het aantal personen met diabetes tussen 2005 en 2025 met een derde toeneemt. Daarmee heeft diabetes de sterkste stijging onder de chronische aandoeningen; Naar schatting zijn er op dit moment nog eens 750.000 mensen met een verhoogd risico om in de komende jaren diabetes te ontwikkelen.

De stijging van type 2 diabetes is vooral te wijten aan toegenomen welvaart en slechtere eetgewoonten met meer overgewicht en minder lichaamsbeweging, gepaard aan een langere levensverwachting.

Diabetes Map Large

De prevalentie van diabetes verschilt sterk van land tot land. Eén en ander is afhankelijk van de graad van industrialisatie en van de aanwezigheid van bepaalde etnische groepen. In veel ontwikkelingslanden lag tot voor kort de prevalentie lager dan 2%, in de meeste West-Europese landen tussen 2 en 5%, in de VS tussen 8 en 11% en in Mexico en eilanden in de Stille Oceaan zelfs hoger dan 15%. Binnen de VS varieert de prevalentie van 2 tot 4 % bij blanken, 4 tot 6 % bij mensen van Afrikaanse afkomst, 10-15 % bij mensen van Spaanse afkomst en tot 50% bij Pima indianen. Juist ook in diverse ontwikkelingslanden zien we thans met het toenemen van de levensstandaard een duidelijke toename van het aantal mensen met type 2 diabetes. Momenteel komt type 2 diabetes in Nederland en België bij ongeveer 3,5% van de bevolking voor. Dit is nog steeds een onderschatting, aangezien lang niet alle gevallen van type 2 diabetes bekend zijn. Het aantal mensen in Nederland met niet-gediagnosticeerde diabetes wordt geschat op 250.000.

Waar type 1 diabetes onmiddellijk symptomen geeft van polyurie en polydipsie, die meestal leiden tot een snelle diagnose, is type 2 diabetes immers een sluimerende aandoening waar men jaren mee kan rondlopen voor deze wordt ontdekt. Vaak wordt de diabetes bij toeval ontdekt, bijvoorbeeld bij een keuring of bloedafname om een andere reden. Rond 1990 toonde populatieonderzoek in onder andere Hoorn aan dat de helft van de mensen met type 2 diabetes niet bekend waren. Door verbeterde 'case-finding' in de huisartsenpraktijk is dit percentage nu kleiner is, alhoewel betrouwbare cijfers ontbreken. In de Hoorn studie had in de leeftijdsgroep van 50-75-jarigen 8% diabetes, en deze prevalentie liep op tot ruim 20% bij mensen ouder dan 80 jaar. De incidentie van diabetes in Nederland is op grond van deze getallen berekend op 65.000 per jaar. Met de huidige levensverwachting mag men dus aannemen dat de kans om in Nederland in de loop van het leven type 2 diabetes te ontwikkelen groter dan 1 op 5 is !

Ook het aantal nieuwe gevallen van type 1 diabetes neemt duidelijk toe. De oorzaken hiervoor zijn nog niet bekend. De voor leeftijd gestandaardiseerde incidentie van type 1 diabetes varieert in Europa aanzienlijk, van 5 per 100.000 kinderen per jaar in de leeftijd van 0-14 jaar in delen van Rusland en Griekenland tot meer dan 30 per 100.000 in Finland en -merkwaardigerwijs- Sardinië. De incidentie in Nederland ligt rond 10-20 per 100.000 kinderen per jaar. De grote verschillen tussen populaties met dezelfde etnische en culturele achtergrond, en de stijging gedurende de afgelopen jaren wijzen op een grote rol van omgevingsfactoren. De hoge incidentie op een geïsoleerd eiland als Sardinië is hiermee echter niet verklaard. Welke factoren exact een rol spelen bij het ontstaan van type 1 diabetes is nog steeds niet duidelijk.

 

AddThis Social Bookmark Button
   
15
Jun
2013

Overige typen van diabetes mellitus

Wetenschappelijk onderzoek heeft er inmiddels toe geleid dat diabetes mellitus in 3 hoofdgroepen kan worden onderscheiden:

1. Type 1 diabetes mellitus, waaronder ook LADA.

2. Type 2 diabetes mellitus.

3. Overige typen diabetes mellitus als gevolg van:

● Aangeboren afwijkingen van de insulineproducerende cellen, de bètacellen in de alvleesklier, bijvoorbeeld MODY en MIDD.

● Aangeboren afwijkingen in het effect van de werking van insuline.

● Ziekten van de alvleesklier, onder andere taaislijmziekte (cystic fibrose), (acute) pancreatitis of een tumor.

● Aandoeningen aan de endocriene organen, bijvoorbeeld aan de hypofyse, schildklier of bijnier. Gevolg van een hormonale aandoening kan zijn dat meer insuline nodig is, zoals bij hyperthyreoïdie of dat de gevoeligheid voor insuline afneemt, zoals bij de ziekte van Cushing of acromegalie.

● Bepaald medicijngebruik, onder andere bij gebruik van corticosteroiden.

● Zwangerschapsdiabetes.

 

LADA

LADA, ofwel Latent Autoimmune Diabetes in Adults, is een ‘sluimerende vorm’ van type 1 diabetes bij volwassenen en ontstaat meestal boven de 35 jaar. Bij het ontstaan van LADA spelen zowel genetische als omgevingsfactoren een rol. Naar schatting hebben meer dan 15% van de mensen met de diagnose type 2 diabetes eigenlijk de LADAvorm. Over het algemeen is er geen sprake van overgewicht. LADA wordt nog vaak gediagnosticeerd als type 2 diabetes en als zodanig behandeld. Wanneer echter bij een volwassene diabetes ontstaat en er is geen sprake van overgewicht, is het belangrijk om tijdig nader te onderzoeken of het om de LADA-vorm gaat, er kan dan zo snel mogelijk met insulinebehandeling gestart worden. Mogelijk kan dat helpen om het afbraakproces van de bètacellen af te remmen, zodat de eigen insulineproducerende cellen langer behouden kunnen worden.

Bloedonderzoek naar antistoffen tegen de insulineproducerende bètacellen kan helpen om de diagnose LADA te stellen.

 

MODY

MODY, ofwel Maturity-Onset Diabetes of the Young, is een erfelijke vorm (autosomaal dominant) van type 2 diabetes, en ontstaat op jonge leeftijd, jonger dan 25 jaar. MODY is een erfelijke afwijking waarbij de pancreas onvoldoende reageert op een stijging van het glucosegehalte in het bloed, waardoor levenslang te weinig insuline afgegeven wordt. Er zijn zes verschillende typen van MODY bekend die onderling verschillen in vorm en ernst. Naar schatting hebben 2 – 4% van alle mensen met diabetes MODY. MODY wordt, vanwege het ontstaan op jonge leeftijd, vaak gediagnosticeerd als type 1 diabetes. Het is zinvol MODY vroegtijdig te diagnosticeren omdat een belastende insulinetherapie vooralsnog of helemaal niet nodig is. Bij de meest milde vorm van MODY wordt al goed gereageerd op een voedingsadvies- en leefstijladvies. Complicaties van diabetes ontstaan nauwelijks.

De minder milde vormen van MODY kunnen meestal de eerste jaren goed worden behandeld met tabletten die de insulinesecretie stimuleren voordat insulinetherapie noodzakelijk is. MODY wordt vermoed als er in twee voorgaande generaties, bij eerstegraads familieleden voor het 25e levensjaar diabetes is ontstaan. Met DNA-onderzoek kunnen de verschillende typen van MODY worden bepaald. Voor ieder type is een ander specifiek gen verantwoordelijk, de behandeling kan daardoor voor ieder type goed worden afgestemd.

 

MIDD

MIDD, ofwel Maternally Inherited Diabetes and Deafness, is een zeldzame, mitochondriëel erfelijke vorm van diabetes mellitus, waarbij de pancreas onvoldoende insuline afgeeft en vaak gepaard gaat met doofheid of slechthorendheid en soms ook met andere problemen, zoals nierproblemen en spierzwakte. MIDD wordt doorgegeven van moeder op kind en komt in Nederland bij minder dan 1% van de mensen met diabetes voor. MIDD wordt meestal tussen het 30e en 40e levensjaar ontdekt, heeft zowel kenmerken van type 1 als type 2 diabetes en verschilt in vorm en ernst per persoon. De bijbehorende doofheid of slechthorendheid treedt meestal 10 tot 15 jaar eerder op voordat de diabetes ontstaat. Veel mensen met MIDD hebben door de stoornis in de mitochondriën ook problemen met de energiestofwisseling in de spieren, en daardoor bij inspanning snel klachten van spierpijn en vermoeidheid.

Met genetisch onderzoek. MIDD wordt vermoed als de moeder diabetes heeft en bovengenoemde problemen zich voordoen. DNA-onderzoek kan uitsluitsel geven. Dit is vooral van belang omdat bepaalde medicijnen, zoals metformine en statines, bij deze patiënten zijn gecontraïndiceerd.

 

Zwangerschapsdiabetes

Zwangerschapsdiabetes is een vorm van type 2 diabetes en kan optreden ongeveer vanaf de 16e week  van de zwangerschap. Tijdens de zwangerschap kan, onder invloed van de zwangerschapshormonen een relatief tekort aan insuline ontstaan. Om de verhoogde bloedglucose te doen dalen, wordt allereerst een leefstijladvies voorgeschreven. Indien de bloedglucose niet voldoende normaliseert, volgt insulinetherapie. Zwangerschapsdiabetes geeft een verhoogde kans op een latere ontwikkeling van diabetes. Ter preventie blijft een gezonde leefstijl daarom belangrijk.

 

AddThis Social Bookmark Button
   
02
Jun
2013

Zwangerschap en diabetes

Zwangerschap bij vrouwen met type 1 of type 2 diabetes gaat gepaard met een verhoogde kans op complicaties bij moeder en kind. Voorwaarde het bereiken van een goede uitkomst van de zwangerschap is een intensieve, goed gecoördineerde begeleiding door internist, diabetesverpleegkundige, diëtist, gynaecoloog en kinderarts. Deze begeleiding in teamverband begint al op het moment dat er sprake is van zwangerschapswens en duurt tot en met het kraambed.

pregnant

Het risico op ernstige aangeboren afwijkingen, vooral van hart en zenuwstelsel, is enkele malen hoger dan in de algemene populatie: 6-13% tegen 1-3%. Dit verhoogde risico blijkt met name samen te hangen met de bloedglucose regulatie in de periode rond de conceptie. Bij (bijna) normoglycemie in deze periode is de kans op aangeboren afwijkingen het kleinst, maar (gebaseerd op ook Nederlands epidemiologisch onderzoek) toch altijd nog 1.5 - 2 maal zo hoog als bij vrouwen zonder diabetes. Dit betekent dat de conceptie idealiter pas plaatsvindt, als er sprake is van een zeer strikte bloedglucose regulatie. Een HbA1c < 7% wordt hiervoor als maat gehanteerd (normaal 4,2-6,1%).

Iedere vrouw met diabetes in de vruchtbare leeftijd dient op de hoogte te zijn van de consequenties van een eventuele zwangerschap. In geval van zwangerschapswens dient uitgebreide voorlichting en advisering plaats te vinden, bij voorkeur in het bijzijn van de partner. De volgende punten moeten daarbij aan de orde komen:

* de noodzaak van (bijna) normoglycemie (HbA1c < 7%) rondom de conceptie, om de kans op aangeboren afwijkingen zo klein mogelijk te maken

* de zorg voor adequate anticonceptie, zolang een strikte bloedglucose regulatie nog niet gerealiseerd is

* toediening van foliumzuur ter voorkoming van neuraalbuisdefecten

* bij vrouwen met type 2 diabetes die worden behandeld met orale bloedglucoseverlagende medicatie: overzetting op insuline

* bij vrouwen met macro- en/of microvasculaire complicaties: de extra risico’s en de te nemen maatregelen

* aanpassen van bestaande preventieve medicatie (ACE-remmers zijn teratogeen, ook statines dienen te worden gestopt)

In samenspraak met patiënte, internist, diabetesverpleegkundige en diëtist wordt een plan opgesteld om de bloedglucose regulatie en de voeding te optimaliseren. Vrijwel altijd is behandeling met intensieve insulinetherapie (basaal bolusschema met 4-5 injecties per dag, of insulinepomptherapie) geïndiceerd. In geval van behandeling met orale bloedglucoseverlagende medicatie wordt overgeschakeld op insuline. Snelwerkende insulineanalogen zijn veilig gebleken tijdens de zwangerschap.

In de tweede helft van de zwangerschap ontstaat door de hoge bloedspiegels van hormonen (oestrogenen, progesteron, cortisol, humaan placentair lactogeen) insulineresistentie, die zich uit in een tragere verdwijning van glucose uit het bloed na een maaltijd. Wanneer de moeder niet of onvoldoende in staat is de insulineresistentie door een hogere insulinesecretie te compenseren, kan het komen tot zwangerschapsdiabetes (diabetes die gedurende de zwangerschap ontstaat). Voor vrouwen die al diabetes hadden vóór de zwangerschap betekent dit dat de insulinebehoefte gedurende de zwangerschap geleidelijk toeneemt van ca. 0,7 E/kg lichaamsgewicht per dag in het eerste trimester tot ca. 1,0 / 1,5 E/kg per dag in het laatste trimester. Direct na de bevalling daalt de insulinebehoefte vaak tot waarden lager dan voor de zwangerschap, om dan na een paar dagen weer op de uitgangswaarde te komen.

 

Diabetes in de zwangerschap

Zwangerschapsdiabetes (diabetes gravidarum) is een vorm van suikerziekte die kan optreden tijdens de zwangerschap. Dit wordt dan veroorzaakt door een tekort aan insuline of door een verminderde gevoeligheid voor insuline, waardoor het insuline minder goed werkt. Zoals reeds eerder gezegd is er tijdens de zwangerschap, door de hormonale veranderingen, meer insuline nodig om de glucose uit de voeding te verwerken en de bloedglucose spiegel stabiel te houden. Als de alvleesklier deze verhoogde vraag niet aan kan, omdat al maximaal insuline wordt aangemaakt, stijgt de bloedglucose spiegel en is er sprake van zwangerschapsdiabetes. Meestal treedt dit pas op na de 20e week van de zwangerschap.

Wanneer de bloedglucose spiegel bij herhaling te hoog is, krijgt de baby eveneens teveel suiker via de placenta aangeboden. De baby zet dit om in vet. Baby's van moeders met zwangerschapsdiabetes kunnen dan ook groot en zwaar worden. Als de baby sterk groeit en de placenta groeit onvoldoende mee, dan kan de baby aan het eind van de zwangerschap niet genoeg voedingsstoffen krijgen. Ook kan een groot kind de bevalling bemoeilijken. Bovendien is er na de bevalling bij de baby een verhoogde kans op te lage bloedglucoses, hypoglycemie.

Er is inmiddels een uitstekende Nederlandse richtlijn over de wijze van screening op zwangerschapsdiabetes. Om het bestaan van een diabetes vroeg in de zwangerschap op te sporen wordt in het algemeen aangeraden om een bloedglucosespiegel (veneus bloed) te bepalen rond de 10e zwangerschapsweek, zie de figuur. Afhankelijk van de uitkomst wordt een OGTT afgesproken, of een verdere behandeling ingezet als de bloedglucose verhoogd is. Bij vervolgonderzoek kan er sprake zijn van een nog niet eerder ontdekte type 2 diabetes. Voorlichting over de (verhoogde) kans op aangeboren afwijkingen, en desgewenst onderzoek hiernaar, is dan noodzakelijk. Het begin van het derde trimester (24-28 weken van de zwangerschap) is het klassieke moment voor de screening op zwangerschapsdiabetes. De voorkeur gaat hierbij uit naar een selectief model van screening, dat wil zeggen alleen bij vrouwen met een verhoogd risico. De indicaties staan in de figuur vermeld.

dmgrav01 

Wanneer de diagnose zwangerschapsdiabetes is gesteld, en dieettherapie onvoldoende is om de bloedglucose waarden onder de 7 mmol/l te houden, geeft men insuline (geen orale middelen). In een aantal gevallen is een tweemaaldaagse combinatie van een kort- en een middellangwerkend insuline voldoende (0,3-0,4 E/kg ideaal lichaamsgewicht, 0,5-0,7 E/kg bij overgewicht). Wanneer dit niet toereikend is om de bloedglucosespiegels tussen de 3 en 6 mmol/l te houden, gaat men over op meerdere injecties insuline per dag zoals dat ook gebruikelijk is voor de patiënt met type 1 diabetes  die zwanger wordt. Er zijn aanwijzingen dat een dergelijke behandeling leidt tot een geringere neonatale morbiditeit. Een optimale instelling kan soms nog beter worden bereikt met continue subcutane insuline-infusie (CSII) met behulp van een pompje.

Streefwaarden voor het bloedglucose gehalte gedurende het etmaal zijn:

nuchter < 5,3 mmol/l;

1 uur postprandiaal < 7,8 mmol/l.

Frequente zelfcontrole is uiteraard noodzakelijk. De nagestreefde normoglycemie gaat gepaard met een grotere kans op het doormaken van (ernstige) hypoglycemie. De symptomen van hypoglycemie kunnen veranderen of verdwijnen (‘hypoglycemia unawareness’) tijdens de zwangerschap. Het HbA1c dient lager te blijven dan 6,5% (normaal tijdens graviditeit 4-6%).

Ter preventie van het optreden van zowel hypoglycemie als ketoacidose tijdens de partus en van neonatale hypoglycemie wordt de bloedsuikerspiegel gedurende de partus tussen 4 en 7 mmol/l gehouden met behulp van een glucose-infuus (glucose 5%) plus snelwerkende insuline via een perfusor. In de praktijk is een toediening van 1-2E/uur voldoende, en deze dosering wordt bijgesteld aan de hand van bloedglucose metingen, die in principe ieder uur worden uitgevoerd.

dmgrav02

AddThis Social Bookmark Button
   
09
Feb
2013

Dieetadvisering weer vergoed

Vanaf 1 januari 2013 is dieetadvisering opnieuw opgenomen in de basisverzekering. Maximaal wordt er drie uur per jaar vergoed.

Eindelijk is die vermaledijde maatregel van ruim een jaar geleden weer gecorrigeerd. We weten immers al veel langer dat dieetadvisering zeer kosteneffectief is. Ook hier hebben wij gepleit om dieetadvisering in het basispakket te behouden. Aandoeningen als diabetes, waarvoor dieetbegeleiding noodzakelijk is, treffen toch al de minder draagkrachtigen in de bevolking.

 

AddThis Social Bookmark Button
   
08
Feb
2013

Diabeteszorg bij 75 plussers?

Het is de vraag of de huidige behandelstrategieën bij patiënten met diabetes die ouder zijn dan 75 jaar, altijd de juiste zijn. Bij deze groep is de behandeling slecht onderbouwd en zijn nadelige effecten van de behandeling niet uit te sluiten. De behandeling van diabetes en van andere risicofactoren voor hart- en vaatziekten kan bij veel patiënten ouder dan 75 jaar minder streng zijn. Deze conclusie trekt onderzoeker Hans van Hateren uit een langlopende studie bij het Diabetes Kenniscentrum in Zwolle. Hij promoveert op woensdag 13 februari aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Het aantal patiënten met diabetes is hoog en neemt de komende jaren nog verder toe. Ruim een kwart van deze patiënten is ouder dan 75 jaar. Juist van deze groep is weinig bekend over het effect van glucoseregulatie of bloeddrukverlaging. Het nut hiervan is onomstreden bij jongere patiënten. Maar in grote wetenschappelijke studies zijn patiënten ouder dan 75 jaar vaak niet of onvoldoende vertegenwoordigd. Daarom is het de vraag of de huidige behandelstrategieën van toepassing zijn op deze groeiende groep patiënten. Met zijn onderzoek wil Van Hateren de behandeling van diabetes bij patiënten ouder dan 75 jaar meer wetenschappelijk onderbouwen.

Andere consequenties risicofactoren
Uit zijn onderzoek blijkt dat voor oudere patiënten met diabetes traditionele risicofactoren voor hart- en vaatziekten (bloeddruk, cholesterol en glycemische regulatie) andere consequenties hebben dan bij jongere patiënten. Zo hebben ouderen met een verhoogde bloeddruk juist een betere levensverwachting. Het is dan ook niet precies bekend in welke mate zij behandelingen moeten krijgen om bloeddruk, cholesterol en suikerwaardes te verlagen. Terwijl er weinig bewijs is voor gunstige effecten van medicatie, is het juist deze groep die het meest wordt behandeld.

Informeren naar duizeligheid
Van Hateren concludeert verder dat bloeddrukdaling bij het gaan staan (orthostatische hypotensie) erg vaak voorkomt bij ouderen met diabetes; dit vormt een risico op vallen. Een dergelijke bloeddrukdaling wordt ook gezien als een bijwerking van bloeddrukverlagende medicatie. Hij adviseert om bij deze groep vaker actief te informeren naar klachten van duizeligheid, omdat dit veel eenvoudiger is dan het meten van orthostatische hypotensie.

Doel behandeling individueel bepalen
Van Hateren komt tot de conclusie dat het bij oudere patiënten erg belangrijk is om te kijken naar het doel van de behandeling. Hij vraagt zich daarbij af of het zin heeft te streven naar een zo laag mogelijk risico van hart- en vaatziekten of dat het zinvoller is te streven naar een optimale kwaliteit van leven. De geschatte levensverwachting en kwetsbaarheid van de ouderen zijn hierbij belangrijke factoren om te overwegen. Van Hateren bepleit nadrukkelijk de noodzaak van het individualiseren van behandeldoelen en streefwaarden.

Bron: www.umcg.nl

AddThis Social Bookmark Button
   
09
Feb
2013

Visie Diabetesvereniging op samenwerking met farmaceutische industrie

Er is niets mis met samenwerking met de farmaceutische industrie, als iedereen maar open en transparant is. Dat stelt Michaela Diamant, hoogleraar diabetologie en directeur van het Diabetescentrum VUmc. “We zijn afhankelijk van farmaceutische bedrijven, wie gaat er anders nieuwe medicijnen maken? In het diabetescentrum VUmc werken we ook veel samen met de industrie. Natuurlijk moet je heel kritisch blijven, we doen het alleen binnen een bepaalde structuur en we doen in principe geen (fase-III) ‘pillen’ onderzoek, maar alleen door ons zelf bedacht onderzoek dat mede door de industrie wordt betaald. Ik zie het meer als een partnerschap waarin je transparante en duidelijke afspraken moet maken over de wederzijdse rechten en plichten.”

 

Volgens Diamant is de angst voor de industrie onterecht en moeten we vrezen dat bedrijven Nederland de rug toe zullen keren. “Wij zitten steeds meer op de tweede rij kritiek te leveren op onderzoek dat elders is verricht. Zelf doen we steeds minder. Ik zou willen dat Nederland een kenniseconomie blijft maar ik vrees dat de dijken steeds hoger worden en dat we over vijf jaar wakker schrikken en ons realiseren dat we helemaal geen investeringen hebben gedaan.”

Visie DVN op partnerschappen
Diabetesvereniging Nederland (DVN) onderschrijft deze uitspraken. Door op open en transparante wijze samen te werken met de farmacie, wordt nieuwe medicatie ontwikkeld waar mensen met diabetes iets aan hebben. En alleen op deze wijze is het momenteel mogelijk om op steeds persoonlijker niveau een behandeling aan te bieden. Zonder open en transparante samenwerking op het gebied van onderzoek, blijft de behandeling stilstaan en daalt de kwaliteit van leven van mensen met diabetes. DVN heeft zelf ook partnerschappen met farmaceutische bedrijven; in sommige gevallen is het voor het realiseren van onze doelstellingen effectief om samen te werken. Dit doet DVN met overheidsinstanties, fabrikanten van hulpmiddelen en medicijnen, zorgverleners of zorgverzekeraars. Deze samenwerking kan leiden tot instellingssubsidies, projectsubsidies, partnerships of sponsoring. Het is zo dat alle vormen van samenwerking contractueel vastgelegd worden, waarbij de partner, van overheid tot farmacie, geen inhoudelijke zeggenschap heeft. De totale inkomsten uit deze partnerschappen bedroegen in 2011 21%, inclusief de inkomsten uit sponsoring (7%). DVN staat open voor iedere effectieve samenwerking en handelt altijd binnen de geldende wet- en regelgeving. (bron: DVN jaarverslag 2011).

 

Bron: www.dvn.nl, voor meer informatie: zie website DVN

AddThis Social Bookmark Button
   

JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

ZOEKEN OP DEZE SITE

Who's Online

We hebben 23 gasten online
McAfee SECURE-sites bieden bescherming tegen identiteitsdiefstal, creditcardfraude, spyware, spam, virussen en online oplichting