Diabetes type 1

Huidklachten bij diabetes type 1

Als je diabetes type 1 hebt, kun je problemen krijgen met je huid. Dit heeft verschillende oorzaken. Klachten kunnen bijvoorbeeld komen door pleisters van je pompinfuus of glucosesensor.

In het kort  

  • Verschillende huidklachten komen vaker voor bij diabetes type 1.
  • Het kunnen vlekjes zijn, of grotere plekken. Ook komt huidschimmel voor.
  • Problemen ontstaan soms ook door insuline spuiten.  Of door de pleisters en lijm van je infuus of glucosesensor.
  • Andere oorzaken zijn hoge bloedglucosewaarden of beschadigde bloedvaatjes.
  • De huid ontsteekt makkelijker bij diabetes. Wondjes genezen vaak moeilijker.  

Huidklachten komen vaak voor  

Veel mensen met diabetes type 1 hebben problemen met de huid. Ze hebben bijvoorbeeld vlekjes, verkleurde plekken, jeuk of pijn aan de huid. Ook komen steenpuisten vaker voor. Heb je rare plekjes op de huid? Ga dan naar de huisarts of bespreek het tijdens een controle. Als het nodig is, krijg je een verwijzing naar een huidarts, een dermatoloog.

Oorzaken van huidklachten bij diabetes 

Door diabetes kunnen bloedvaten beschadigd zijn, ook in je huid. Er zit dan minder bloed in de huid. Heb je een huidinfectie? Dan ontsteekt de huid eerder. Wondjes genezen minder goed bij diabetes.  Je kunt bij diabetes type 1 ook spuitplekken hebben. Een spuitplek ontstaat op een plaats waar je vaak insuline spuit. Bekijk hier meer over spuitplekken. Huidklachten ontstaan soms ook door een insulinepomp of glucosesensor.

Reactie op hulpmiddelen 

Mensen met diabetes type 1 gebruiken altijd insuline. Je hebt hiervoor een insulinepomp. Of je spuit met een insulinepen. Veel diabeteshulpmiddelen zitten vast aan het lichaam met naaldjes en pleisters, zoals insulinepompen en glucosesensoren. Sommige mensen krijgen last van de lijm van de pleisters, of van de naalden. Is het erg vervelend? De dokter kan je een crème geven tegen een ontsteking van de huid. Wat kun je zelf doen tegen huidproblemen? Bekijk de tips onderaan deze pagina. 

Last van pleisters of naalden 

De meeste mensen met diabetes type 1 hebben geen last van de lijm of van de naalden. Maar sommige mensen dus wel. Deze klachten komen voor: 

  • Jeuk. Dit gebeurt vooral bij droge huid. Die is minder goed beschermd tegen stofjes die erop komen. Zoals lijm van een pleister.
  • Eczeem. Je hebt dan plekken op de huid die jeuken. Er kunnen schilfers, bultjes of korstjes ontstaan.
  • Rode en geïrriteerde huid. De huid jeukt, of het voelt alsof het brandt.
  • Littekens en wondjes. 

Suikerplekken 

Een suikerplek is een ander woord voor diabetische dermopathie. Suikerplekken zijn rode plekjes op de huid, ovaal van vorm. Na een tijdje komen er velletjes vanaf: ze gaan schilferen. Daarna blijven het lichtbruine plekjes. Ze zitten vaak op scheenbenen en soms op armen of bovenbenen. Ze ontstaan zomaar, of na een wondje. Meestal voel je ze niet.  

Dikkere huid 

Je kunt last hebben van hardere plekken op de huid. Dit heet scleroedema diabeticorum. Je krijgt het bijvoorbeeld in je nek, op je schouders en op je rug. Door de dikkere huid kun je minder goed bewegen. Het kan ook gebeuren met de huid van handen en vingers. De harde huid kan behandeld worden met UVA-1 licht. Je krijgt dan 6 weken lang, 3x in de week een behandeling.

Verkleurde plekken door verandering in pigment 

Bij een aantal huidproblemen verandert het pigment in de huid. De huid krijgt dan op sommige plaatsen een andere kleur. Deze problemen komen vaker voor bij diabetes: 

  • Acanthosis nigricans: donkere plekjes die lijken op een zachte stof, fluweel. Ze zitten in de oksels, liezen, onder de borsten en soms in de nek. Je krijgt ze eerder als je te zwaar bent. Ze zijn te behandelen met een vitamine A-zalf of met salicylzalf. Ook gewicht verliezen kan helpen.
  • Necrobiosis lipoidica: een grote plek met een hardere rand. Het midden wordt steeds dunner. De plek gaat vaak open, en geneest moeilijk. Het komt weinig voor. Het begint met roodbruine bultjes. Behandeling kan met hormonen, in een zalf of met een spuit. Er is ook een therapie met speciaal licht, psoralenen-UVA.
  • Granuloma annulare: rode ringen op de huid. Vooral op handen of voeten, maar ook op andere plaatsen. Soms genezen ze vanzelf, maar je houdt een litteken. Ook bij deze aandoening kan je behandeld worden met hormonen, in een zalf of spuit. Soms krijg je andere medicijnen. 
  • Vitiligo: op plekken van je huid gaat de kleur weg. Het worden witte vlekken. Je voelt ze verder niet. Maar de plekken verbranden heel snel in de zon. Vitiligo is een auto-immuunziekte. Het komt vooral voor bij diabetes type 1. Behandeling met UVB-licht kan helpen. 

Huidschimmel 

Op je lichaam zitten altijd schimmels. Eentje daarvan heet Candida albicans. Je merkt dit normaal niet. Maar als de bloedglucose hoog is, kan de schimmel gaan groeien. Hij komt dan in de huid. Hierdoor krijg je jeuk. Vaak is dat rond de vagina, de anus of de penis. De schimmel kan ook zitten in lichaamsplooien, bijvoorbeeld onder de borsten. Of in je mond. Het gaat meestal weg met een crème of zalf met een stof tegen schimmels, zoals miconazol. 

Hoe voorkom je huidproblemen? 

Huidklachten zijn niet altijd te voorkomen. Je kunt de kans op problemen wel kleiner maken met deze tips: 

  • Trek de pleisters van je sensor en pomp voorzichtig los.
  • Vervang je een sensor of pomp? Doe de nieuwe op een andere plek.
  • Is de huid geïrriteerd, dus bijvoorbeeld is hij rood of jeukt hij? Plaats je pompinfuus of sensor op een andere plek.
  • Blijft de sensor niet plakken? Zorg ervoor dat je huid schoon is. En niet vet, bijvoorbeeld door bodylotion. Het is ook goed als er weinig haar zit op die plek. Gaat de sensor los zitten na een paar dagen? Je kunt er dan een grotere pleister overheen plakken.
  • Je kan ook iets op de huid smeren voordat je de pomp of sensor erop doet. Hier bestaan speciale spulletjes voor. Ze blijven dan beter plakken. Of ze zorgen voor een dun laagje tussen je huid en de lijm van de sensor of pleister van de pomp. Dit heet een barrièremiddel.
  • Probeer je bloedglucose zo normaal mogelijk te houden.
  • Zorg dat je huid niet uitdroogt. Een droge huid herken je aan kleine kloofjes en barstjes. Gebruik geen heet water, en niet te veel zeep. Gebruik geen crèmes of bodylotions die snel intrekken, maar liever crèmes die wat vettig zijn. Behalve op de plek waar je kort daarna een sensor of pomp op de huid plakt.
  • Droog je huid goed af. Schimmels en bacteriën groeien meer op vochtige huid.  Bijvoorbeeld in plooien van het lichaam, zoals onder borsten en in je oksels. Droog je voeten altijd goed af en draag badslippers in sporthal, zwembad en sauna.
  • Voorkom wondjes. Want die genezen soms minder goed bij diabetes. Vooral als je al langer diabetes hebt. Wondjes kunnen gaan ontsteken.
  • Behandel een wondje meteen. Maak het schoon, dep het droog en doe er een pleister op. Je kunt ook ontsmettende zalf gebruiken. Denk je dat het wondje niet goed geneest? Ga dan naar de huisarts.
  • Heb je een wondje aan je voet, en heb je ook neuropathie (beschadigde zenuwen) of problemen met je bloedvaten? Ga dan meteen naar de huisarts.
  • Ga je in de zon? Gebruik een anti-zonnebrandcrème die de huid goed beschermt, dus met een hoge beschermingsfactor. Drink genoeg. Ben je toch verbrand? Let dan op je bloedglucose, want die kan omhoog gaan. 

Artikel met medewerking van:

  • dr. Sarah Siegelaar - internist-endocrinoloog, Amsterdam UMC

Experts dragen bij aan betrouwbare informatie op diabetes.nl. Lees meer over hoe we als redactie keuzes maken.

Laatst bijgewerkt op: 30 maart 2023

Lees meer over Diabetes type 1 en andere aandoeningen

Volgend artikel