De dag dat mijn hypo mijn scheikundetoets overnam
In mijn eindexamenjaar had ik een practicum‑tentamen scheikunde. Je kent het wel: flesjes, pipetten, maatcilinders, een opdracht die je precies moest uitvoeren, stilte in het lokaal en vooral niet afkijken. En dat allemaal binnen een strakke tijd. En ja hoor… precies op dat moment besloot mijn bloedsuiker een eigen experiment te starten.
Ik moest een bepaalde hoeveelheid vloeistof heel precies opzuigen met een pipet. Tot een streepje. Niet meer, niet minder. Maar mijn hypo dacht: ‘laat mij dat eens overnemen’. Voor ik het wist, zoog ik de hele inhoud mijn mond in. Paniek. Docent erbij. Suiker erin. En naar huis, waar mijn moeder het verder oploste met een belletje naar school. Ik kreeg door de omstandigheden gelukkig een voldoende. Maar ik vergat het nooit meer. En als mensen op verjaardagen vragen naar “gekke diabetesmomenten”, dan wint deze nog steeds glansrijk.
Maar het blijft niet bij dit voorval. Ook nu overvallen situaties me soms nog steeds. Dan zeg ik iets geks, reageer ik net even anders, of ben ik gewoon niet scherp. In een vergadering is dat nog uit te leggen, maar in het openbaar… tja. Dan probeer ik achteraf maar wat te glimlachen. Het hoort bij me. Humor zit in mijn natuur, en ik gebruik het graag om anderen op hun gemak te stellen, ook als mijn bloedsuiker er een eigen draai aan geeft.
En misschien is dat wel de kern: diabetes verrast me soms, maar met wat veerkracht kom ik er altijd wel weer uit.
Maar sinds dat scheikundemoment heb ik er wel iets bij gekregen: een soort onderlaag van onrust en spanning bij belangrijke situaties. Rijexamens, (eind)presentaties, belangrijke, lange vergaderingen en bij bijvoorbeeld fotoreportages die je niet opnieuw kunt doen, ze geven me altijd extra spanning. Niet omdat ik het niet kan, maar omdat hypo's zich niet laten plannen. De sensor helpt enorm, maar zelfs dan kan zo’n schommeling me nog steeds overvallen, met alle gevolgen van dien.
Toch is dat precies waarom ik doorga op de manier die voor mij het beste werkt. Ik bereid me goed voor, ik vertrouw op mijn ervaring, en ik weet inmiddels dat ik zelfs op zulke wankele momenten mijn weg wel weer vind. En misschien is dat wel mijn grootste kracht: ik laat me niet tegenhouden, ik neem diabetes mee, maar ik laat het nooit de hoofdrol spelen.