De dag dat ik zonder suiker in een snoepwinkel belandde
Er zijn van die dagen waarop alles gezellig en onschuldig begint. Ik liep met mijn dochtertje – toen een jaar of acht – door een zonnige, levendige winkelstraat. Warm weer, vrolijke mensen, een beetje slenteren. En ja hoor, op dat moment besloot mijn bloedsuiker: nu ga ik eens even iets anders doen.
Langzaam voelde ik het al: dit gaat niet goed. Dat bekende rotgevoel, het zweten, de paniek die net iets te snel opkomt. Check, check, check… maar geen suiker te vinden (help!). Mijn jas met mijn noodvoorraad lag nog bij mijn moeder thuis, waar we die dag op bezoek waren. En buiten was het warm, dus ik had hem laten hangen. Uitgerekend dan.
En toen zag ik het: een piepklein, ouderwets snoepwinkeltje (ik zal geen naam noemen, maar zo leuk!). Normaal loop ik daar met een grote boog omheen, maar nu sprong ik erop af alsof het een reddingspost was. Mijn dochter keek haar ogen uit en besloot in alle bescheidenheid even achter de balie te gaan kijken. De verkoper vond het prachtig en begon ter plekke een soort sollicitatiegesprek met haar, terwijl ik ondertussen als een razende door de winkel ging.
Drie puntzakken snoep. Chocolade in alle denkbare vormen. Dingen die ik normaal nooit zou kopen. Alles ging in mijn mandje. Ik had nog maar één missie: iets vinden dat me overeind zou houden. Wat ik precies gegeten heb, weet ik niet meer, maar het werkte. En de rest van het snoep? Daar heb ik nog maanden mee gedaan. Het was mijn persoonlijke hypo‑voorraad waar niemand aan mocht komen: heilig materiaal.
En het grappige is: sommige dingen veranderen nooit. Ook nu nog deel ik mijn hypo‑reddingsmiddelen nooit en te nimmer. Niet uit gierigheid, maar omdat ik weet hoe snel je ze nodig kunt hebben. Het is mijn kleine, zoete veiligheidsnet en dat geef ik niet zomaar weg.
4 reacties
Bekijk nieuwste reactie