Het wandelen van een marathon met Diabetes: #NVDV2026
Vrij snel na mijn diagnose vorig jaar ben ik van de bank af gekomen en veel meer gaan bewegen. In mijn eerste blogs hebben jullie kunnen lezen dat dat begon met wandelen door de hele zomer van 2025. Om het vol te kunnen houden en gemotiveerd te blijven had ik een doel nodig. Dat werd het lopen van de Nacht van de Vluchteling #NVDV2026. Een wandeltocht van 40 kilometer van Rotterdam naar Den Haag om aandacht te vragen voor het lot van vluchtelingen overal ter wereld en geld in te zamelen voor directe noodhulp ter plekke, zoals bijvoorbeeld de zorg voor Ebola-patiënten in Congo of de opvang van oorlogsvluchtelingen in Oekraïne en Libanon.
Tegelijkertijd was dit voor mezelf in vele opzichten een leermoment als het gaat om diabetesmanagement en een moment van bezinning op de stillere momenten tijdens de tocht. In deze blog zal ik het vooral hebben over de voorbereidingen, het diabetesmanagement onderweg en de effecten.
De voorbereiding
De voorbereiding leek op papier vrij eenvoudig: Neem voldoende voeding mee, houd rekening met weersomstandigheden en zorg dat je alle diabetesspullen inpakt. Het bleek in de eerste plaats wat lastiger dan verwacht. Zo schommelden de weersvoorspellingen alle kanten op: wel warm/niet warm, regen/droog, wel/niet onweer. Op het laatst moest zelfs de tocht tussen Tilburg en Den Bosch worden afgelast vanwege hevig onweer.
Qua voeding was het overzichtelijk. Ik had normaal al sneller last van hypo's en tijdens activiteit des te meer. Het was dus zaak om vooraf genoeg te eten en te drinken en voor onderweg natuurlijk genoeg mee te nemen. Ik had een mix van snelle suikers in de vorm van sportdrankjes (AA en Extran met electrolyten), en wat tragere koolhydraten via borterhammen, verse rauwe groenten (komkommer, paprika, peentjes) en eiwitrepen.
Het gevolg was wel dat ik een vrij zware rugzak had mee te zeulen.
We hadden bedacht om vooraf pannekoeken te eten. Dat diende meerdere doelen: Het was lekker, het gaf me thuis al de kans om iets meer insuline te spuiten(want ivm gevoeligheid wilde ik dat zo min mogelijk onderweg doen) en ik kon de 2e bloedglucosegolf met het wandelen opvangen. Zoals in de grafiek hieronder te zien is spoot ik voor het eten 7 eenheden kort en vlak voor vertrek naar Rotterdam 10 eenheden lang. Desondanks bleef mijn bloedclucose stijgen. In de bus besloot ik er daarom nog 2 eenheden kort bij te spuiten. Bij elkaar was het net genoeg om met een redelijke waarde van 11 mmol/l van start te gaan.
Onderweg
Het was qua weer overzichtelijk: een graadje of 18, ook 's nachts met tussen 2 en 3 kans op regen. Dit maakte ook de kledingkeuze makkelijk. Dat werd een sportshirt met korte broek en wandelen op m'n hardloopschoenen met vrije enkel om zoveel mogelijk lucht te hebben met zo weinig mogelijk gewicht.
Onderweg waren er om de 8 à 9 km rustplaatsen ingericht. Om de 1,5-2 uur lopen dus. Uit oogpunt van diabetes-management goed te doen. Het plan was om heel rustig te beginnen en even warm te worden rond de 4 km/h en (afhankelijk van mijn bloedglucose) langzaam het tempo op te voeren naar 5 km/h richting het eerste rustpunt in Rotterdam Overschie. Dat ging eigenlijk best prima, al lag mijn gevoeligheid nog best hoog. Ik moest mijn eerste flesje AA aanspreken om de snelle daling wat af te remmen. Bij het eerste tussenpunt heb ik dan ook de tijd genomen om even wat bij te eten zodat ik zonder problemen verder kon.

Omdat het eigenlijk wel prima ging en er nog steeds een bui in de lucht hing, besloot ik het tempo na het eerste tussenpunt iets op te voeren naar ongeveer 5,5 km/h. Dit had echter wel als gevolg dat mijn eerste hypo-alarmen begon te krijgen en ik dus even moest bijtanken (deze bleken achteraf vals). In de achtergrond van het donkere landschap lichtte ondertussen de hemel met enige regelmaat op zonder dat het weer verslechterde. Ondertussen was een prachtig gekwaak en gebrul van kikkers aan de gang. Net iets na half 3 liep ik rustpunt 2 in Delft binnen wat vlak voor het punt halverwege lag. En dat had ik geen 5 minuten later moeten doen. Met een flinke donderklap als aankondiging barstte een flinke regenbui los. Gelukkig was ik op dat moment binnen. In afwachting van de opklaringen nam ik nog even wat extra eten zodat ik klaar was voor de volgende etappe richting het Balijbos bij Nootdorp.
Als het goed is, zou tijdens dit gedeelte de zon weer op gaan komen. Maar voor het zover was, was het tijd voor een donker gedeelte in de Delftse Hout en aan het einde van dit donkere deel stond een ijscoman ijsjes uit te delen aan de wandelaars. Omdat het toch best warm was en de suikers al weer aan het dalen waren, was het ijsje meer dan welkom. Maar dat had dus wel effect op mijn bloedsuiker. Ook omdat er dus niet heel veel insuline meer in mijn bloed zat. Om 5 uur liep ik het rustpunt binnen en was het niet alleen tijd voor een kop koffie en boterham, maar zeker ook voor 4 verse eenheden kortwerkende insuline waarmee ik de finish wel zou gaan halen.
Ondertussen had zich hier ook een ander probleem gemanifesteerd: Een blaar. Precies onder de bal van mijn rechtervoet. Gelukkig was er een behulpzame ehbo-er die me hier een beschermende pleister gaf zodat ik verder kon. Er was verder geen schade. De pleister deed zijn werk en zorgde voor een flinke verlichting.
Het volgende rustpunt was in Voorburg. Het tempo lag nu wel ietsje lager, maar gestaag kon ik mijn glucosepiek weer weglopen. Het was niet het meest inspirerende deel van de route, langs snelwegen, dwars door bedrijventerreinen en nieuwbouwwijken. De aankomst bij het historische Huygensmuseum rond kwart voor 7 vergoedde echter veel. Nu was het nog maar een klein stukje en nog grotendeels door parken en bosgebied ook. Qua voeding had ik niet veel meer nodig. Maar omdat de zon nu volop begon te schijnen, begon ik ook meer te zweten. De Extran met elektrolyten was dan ook fijn om bij de hand te hebben.
Moe maar voldaan en heel wat lessen rijker bereikte ik rond kwart voor 9 de finish van deze wandeltocht. I did it!
De lessen
Dat de FSL2 in de lage waarden onbetrouwbaar wordt, is inmiddels geen geheim meer. Sinds ik weer 'onder de FSL' ben, heb ik regelmatig last van valse hypo-alarmen (vingerprik vaak 2 of meer hoger dan de sensor). Zo ook tijdens het bewegen. Ik heb de alarmgrens nu maar op de minimale waarde van 3,3 mmol/l gezet wat ook veel beter overeenkomt met mijn gevoel (dat pas werkelijk een hypo begint te registreren als de sensor onder de 3 komt). En het scheelt veel irritatie in mijn omgeving.
Verder blijkt het, afgezien van de ijspiek, prima te doen om de glucose enigszins onder controle te houden (tussen 4 en 10) tijdens zo'n lange activiteit. Waarbij het beperken van de insuline intake het belangrijkste is. Nee, een vlakke lijn zal het niet worden, maar ik heb wel beter door tot hoe ver ik kan gaan met spuiten en met voeding. Ik had ook echt veel te veel voeding bij me. Meer dan de helft kon onaangeroerd weer terug de koelkast in.
Het is bij mij in elk geval een kwestie geworden van, ondanks alles, veel meer durven vertrouwen op mijn lichaam en de activiteit durven ondernemen. En ik realiseer me tegelijk ook enorm goed dat niet iedereen op dit trefpunt in deze luxepositie zit. Maar als ik zelf de goede dingen doe en de goede voorwaarden schep, dan regelt mijn lijf het gelukkig verder zelf wel. Ook met een beetje hulp.
Uiteraard neem ik deze les samen met de lessen van de CPC mee naar mijn eerste marathon sinds diabetes straks in november. Iets waar ik steeds meer zin in begin te krijgen. Zeker nu ik weet dat het kan!
1 reactie