zondag, mei 26, 2013
   
Text Size
06
Jul
2006

Nieuw medicijn tegen oogcomplicaties

Een experimenteel medicijn ontwikkeld door Eli Lilly and Co., reduceert de kans op het verlies van gezichtsvermogen als gevolg van diabetes met 41%. Dit blijkt uit een Amerikaans onderzoek waarbij de werking van het medicijn, dat bij goedkeuring waarschijnlijk beschikbaar komt onder de naam Arxxant, is vergeleken met de werking van een placebo.

'Het is een compleet nieuwe benadering die ons kan helpen om het verlies van gezichtsvermogen af te remmen', zegt Dr. Lloyd Paul Aiello, leider van de onderzoeken. 'Veel mensen zijn banger om blind te worden dan om te sterven', voegt hij eraan toe. Wanneer het medicijn wordt goedgekeurd, zal het om de eerste pil gaan die de kans op verlies van het gezichtsvermogen als gevolg van diabetische retinopathie reduceert. De meeste toegepaste behandeling op dit moment is laserbehandeling.

In een vroeg stadium van diabetische retinopathie kunnen de bloedvaatjes in de retina gaan lekken waardoor het gezichtsvermogen achteruit gaat. In een verdergaand stadium zal een overschot aan nieuwe maar fragiele en lekkende bloedvaatjes aan de achterzijde van het oog leiden tot een verdere achteruitgang van het gezichtsvermogen.

Volgens twee onderzoeken trad een achteruitgang van het gezichtsvermogen op bij 6,1% van de mensen die het nieuwe medicijn gebruiken, tegenover 10,2% van de groep die een placebo ontving. De werking geldt alleen in het eerste stadium van retinopathie en voorkomt niet de voortgang in de meer serieuze gevallen. Aiello ziet dit niet als een beperking voor de goedkeuring van het medicijn. 'Gezichtsvermogen is een hoofdpunt om ons zorgen te maken, en als het medicijn kan bijdragen in het behouden hiervan bij patiënten in een vroeg stadium dan is dit waardevol.'

Bij de twee betreffende studies, die in drie jaar zijn uitgevoerd, waren 813 patiënten betrokken.

Aan eerdere studies met dit medicijn werd ook deelgenomen door het VU Medisch Centrum (prof. dr. B. Polak, oogarts) en het aacdemisch ziekenhuis Maastricht (prof. dr. F. Hendrikse, oogarts, prof. dr. B.H.R. Wolffenbuttel, internist-endocrinoloog, thans werkzaam in Groningen).

© Double Check, Marieke van der Vaart

AddThis Social Bookmark Button
   
06
Jul
2006

Spuitplekken !

30% van mensen met diabetes heeft opmerkelijke spuitplekken
 
Bij mensen met diabetes die met een intensieve insulinetherapie worden behandeld, zouden regelmatig de spuitplekken moeten worden gecontroleerd. Door een voortdurend gebruik van dezelfde spuitplaats kan er verandering optreden in het subcutane vetweefsel. Hiermee is de kans vrijwel uitgesloten dat deze mensen een stabiele bloedglucosewaarde bereiken, aldus professor Manfred Dreyer in Leipzig.

Wie al langere tijd insuline spuit, kent de 'spuitplekken' vaak wel. Het zijn harde plekken of schijven die ontstaan door het te vaak op dezelfde plek injecteren. Verraderlijk omdat deze plekken vaak minder gevoelig worden en daardoor nog vaker worden gekozen om de naald in te zetten.

Volgens professor Manfred Dreyer, diabetoloog in het Bethanien-Krankenhaus in Hamburg, heeft in Duitsland ruim 30% van de mensen met type 1 diabetes met opvallende spuitplekken te maken. Deze verandering van het subcutane vetweefsel leidt tot het ongelijkmatig en dus onbetrouwbaar vrijkomen van de geïnjecteerde insuline waardoor onverklaarbare wisselende bloedglucosen ontstaan.

Volgens Dreyer is de reden voor het ontstaan van spuitplekken het feit dat de insulineconcentratie door injectie ter plaatste ongeveer een miljoen maal groter is dan fysiologisch in de vetcellen mogelijk of gebruikelijk is. Na een insuline-injectie hebben de vetcellen dan ook een aantal dagen nodig om zich te herstellen; deze tijd moeten zijn echter wel krijgen.

Dreyer pleit ervoor dat de inspectie van injectieplaatsen standaard in het DPM-programma voor mensen met diabetes wordt geïntegreerd. In Nederland is het overigens al jaren gebruikeijk om tenminste met de jaarlijkse controle de spuitplaatsen te inspecteren.

© Double Check, Marjolein de Wit-Blok

 

AddThis Social Bookmark Button
   
17
Jun
2006

Gevaren fastfood genegeerd

De trend om ongezond te eten heeft zich ook in Duitsland de laatste jaren alleen maar versterkt. Dit blijkt uit een rapport 'voedingsrisico's', opgesteld door de 'Techniker Krankenkasse' in Duitsland. De belangrijkste conclusie is misschien nog wel dat mensen ondertussen een heleboel weten over gezonde voeding maar zich toch blijven verlekkeren aan fastfood.

'Het onderzoek toont aan dat de negatieve trend, die in Amerika bijna 50 jaar nodig had, zich hier in Duitsland binnen de kortst mogelijke tijd heeft uitgebreid'. Zegt professor Dr. Norbert Klusen, voorzitter van de TK. Verder waarschuwt hij voor de gevolgen van deze ontwikkeling: 'hart- en vaatziekten, extreem overgewicht en diabetes zullen zich nog massaler uitbreiden dan tot nu toe het geval is wanneer we deze ontwikkeling nu niet tegengaan'.

Uit het onderzoek blijkt onder meer dat mensen wel degelijk waarde aan gezonde voeding hechten maar dat het hectische leven van alle dag dit bemoeilijkt. Zo geeft 98% van de ondervraagden aan zijn gewicht en in alle rust eten belangrijk te vinden. Verder probeert zo'n 20% ieder jaar af te vallen en één op de drie ondervraagden wil graag minder drinken.

Ontnuchterend is daarentegen de analyse van de voedingsgewoonten. Want hoewel iedereen wel weet wat gezond en ongezond is, blijkt dat 10% al geen ontbijt neemt, een even grote groep eet drie maal per week een kant en klaar maaltijden en voor de helft geldt: 'ik eet wat ik lekker vind; maakt niet uit of het gezond is of niet.' Slechts 2% gaf aan vegetariër te zijn en geen vlees te eten.

En zorgwekkend is het feit dat 14% van de mensen jonger dan 24 jaar niet onder de indruk is van mogelijke gezondheidrisico's; deze groep nuttigt gemiddeld vier maal per week fastfood en een derde gaf aan meerdere malen per dag eieren, worst of vlees te eten. Ook de herkomst en de voedingsstoffen van de geconsumeerde producten zijn niet interessant voor deze groep; slechts 33% van deze jongeren let hierop bij de inkoop.

Eindconclusie: het ontbreekt niet aan kennis; wel aan doorzettingsvermogen en tijd.

© Double Check, Marjolein de Wit-Blok

AddThis Social Bookmark Button
   
17
Jun
2006

Met diabetes op de top van de wereld

Top van de Everest gehaald
 
Geri Winkler is een tijd geleden gestart met zijn 'diabetes-outdoor-project' dat uit twee delen zou bestaan. Tijdens het eerste deel zou hij per fiets van de stad Aqaba aan de Rode Zee (Jordanië) naar Katmandu, de hoofdstad van Nepal, reizen. Het tweede deel bestond uit het beklimmen van de Mount Everest. En op 20 mei 2006 was het inderdaad zover; in het logboek van Geri staat geschreven dat hij om 8.50 uur in de ochtend met de tweede groep op de top was aangekomen...

Met deze actie wilde Winkler aantonen dat zijn diabetes hem op geen enkele manier in de weg zou staan. 'iabetes is geen gevangenis', zegt hij. 'Alle dingen die extreem zijn in het leven, ook wanneer het gaat om extreme lichamelijke inspanningen mogen niet worden tegengehouden door het feit dat ik diabetes heb'. Inmiddels heeft hij wel bewezen dat hij zijn eigen woorden serieus neemt. Bovendien heeft hij tijdens zijn reis ook geprobeerd om sportieve mensen met diabetes uit andere landen van Europa te motiveren om hem tijdens zijn tocht stukken te begeleiden.

Verder is Winkler is de eerste mens met diabetes die de Everest bedwingt. Vóór hem zijn in elk geval twee pogingen gedaan door Ernest Blade in 1995 en Will Cross in 2004 maar deze zijn niet gelukt. Winkler geeft wel aan dat Will Cross het op 23 mei 2006 óók is gelukt en dat zij dus sámen nieuwe accenten hebben aangebracht op een leven met diabetes en de mogelijkheden.

Maar vooralsnog mag hij genieten van zijn overwinning op de Everest. In het logboek op internet staat beschreven: Tegen 8.50 uur plaatselijke tijd bereikte Geri met de tweede groep de top. Het weer was praktisch perfect te noemen; de laatste uren van de beklimming kwam zelfs de zon te voorschijn om de klimmers te begroeten. Zonder handschoenen werd de blije boodschap doorgegeven aan het team in het basiskamp. Inmiddels is het complete klimteam na een uitgebreide fotosessie weer naar kamp 4 teruggekeerd. Geri en zijn teamgenoten worden van harte gefeliciteerd.

© Double Check, Marjolein de Wit-Blok

AddThis Social Bookmark Button
   
17
Jun
2006

Fase 1 onderzoek van nieuw neuropathie medicijn

Nieuw medicijn tegen neuropathie getest
 
Meer dan de helft van de 185.000 amputaties die ieder jaar in de Verenigde Staten worden uitgevoerd, hangt samen met diabetes. Diabetische neuropathie, een vorm van zenuwbeschadiging waardoor het gevoel in voeten en handen verdwijnt, kan leiden tot kleine wondjes die niet worden opgemerkt en uitgroeien tot onoplosbare zweren. Een goede controle van de bloedglucose kan neuropathie wel tegenhouden; genezing is echter niet mogelijk.

'Er is een grote variëteit aan medicijnen beschikbaar die voornamelijk de pijn verminderen; medicijnen die de verstijving verhelpen of de zenuwbeschadiging voorkomen bestaan echter nog niet', zegt diabetesspecialist Mark Kipnes, MD, directeur van de 'Diabetes and Glandular Disease Research Clinic' in San Antonio, Texas.

Kipnes is nu echter betrokken bij het testen van een nieuw medicijn op mensen dat zenuwbeschadiging kan voorkomen of misschien zelfs wel genezen. Het medicijn is ontwikkeld door onderzoekers van 'Sangamo Biosciences'. Het maakt gebruik van een natuurlijk eiwit dat de genen van de patiënt stimuleert bij de groei van de zenuwen. Bij ratten met diabetes heeft het medicijn na herhaaldelijk gebruik inmiddels geleid tot een verbeterde zenuwfunctie.

Sangamo biochemicus Philip Gregory geeft aan dat het bij de testen gaat om fase 1 klinische test. Dit is de eerste test op mensen van een compleet nieuwe klasse medicijnen dat een willekeurig gen kan aan- of uitschakelen; afhankelijk van de aandoening. 'Deze eiwitten zijn natuurlijke eiwitten die in iedere menselijke cel voorkomen. Er bestaan er duizenden van en regelen van nature de genen in de cellen verklaart Gregory. Het is dan ook niet zo dat mensen met diabetes een bepaald gen missen, het is alleen of het lichaam zich niet realiseert dat het meer van een bepaald soort genen moet aanmaken om neuropathie te stoppen of te genezen'. Gregory noemt het dan ook meer een 'toevoegingsstrategie'; er worden simpelweg meer genen toegevoegd dan reeds aanwezig in de cellen.

Wanneer de patiënten het medicijn in fase 1 verdragen, dan moet het eerst nog verder worden getest om te zien wat de effecten op lange termijn zijn om zo de veiligheid ervan te kunnen waarborgen.

© Double Check, Marjolein de Wit-Blok

AddThis Social Bookmark Button
   
17
Jun
2006

Insuline productie meten met PET technieken?

Nieuwe manier om insulineproducerende cellen te meten
 
Er is wellicht een nieuwe manier gevonden waarop insulineproducerende cellen bij mensen met diabetes kunnen worden gemeten.

Onderzoekers van het Colombia University Medical Center in New York hebben aangetoond dat met behulp van een PET scan op een betrouwbare en uitwendige manier insulineproducerende cellen bij ratten in beeld kunnen worden gebracht. Het zoeken naar een manier om deze cellen in beeld te kunnen brengen was een uitdaging en is belangrijk. De alvleesklier waarin deze cellen zijn opgeslagen bevindt zich namelijk diep in de buik, wat onderzoek met behulp van een biopsie moeilijk maakt.

De onderzoekers hebben een molecuul, genaamd VMAT2, in de cellen ontdekt. Dit molecuul bevindt zich ook in weefsel van het centrale zenuwstelsel. Ze injecteerden ratten met een radioactieve vorm van DTBZ, wat zich direct bind aan VMAT2 in de cellen. Hierdoor werden de insulineproducerende cellen zichtbaar tijdens het maken van een PET scan.

Deze methode wordt binnenkort voor het eerst toegepast bij mensen. De onderzoekers gaan dan het aantal insulineproducerende cellen bij mensen met type 1 diabetes en bij mensen zonder diabetes bestuderen.

In de toekomst kan een PET scan wellicht worden ingezet om meer te leren over mensen met een verhoogd risico van diabetes. Het kan misschien voorspellen wie diabetes krijgt en ook de voortgang van de aandoening volgen.

© Double Check, Karin van Wordragen

 

AddThis Social Bookmark Button
   
17
Jun
2006

Helpt een 'bolusalarm'?

Geen verbetering van het HbA1c op lange termijn door bolusalarm
 
Uit onderzoek is gebleken dat een bolusalarm bij kinderen die gebruik maken van een insulinepomp minder gemiste maaltijdbolussen en een verbetering van de glucosewaarde tot gevolg heeft. Maar dit voordeel blijkt echter van tijdelijke aard te zijn.

Onderzoekers van de University of Colorado Health Sciences Center in Denver hebben bekeken of het gebruik van een insulinepomp met een bolusalarm leidde tot minder gemiste maaltijdbolussen per week. Het onderzoek werd uitgevoerd onder 48 mensen in de leeftijd van 8 tot 20 jaar met type 1 diabetes. Zij gebruikten allemaal al minimaal een half jaar een insulinepomp en hadden een HbA1c-waarde van 8% of lager.

Willekeurig werd bepaald wie een insulinepomp met een bolusalarm gebruikte en wie zijn eigen insulinepomp zonder bolusalarm gebruikte. Degene die de eigen pomp gebruikte behoorde tot de controlegroep. Alle deelnemers werd verzocht zich na drie én na zes maanden te melden.

De mensen die de pomp met bolusalarm gebruikten bleken na drie maanden veel minder bolussen gemist te hebben (van 4,9 naar 2,5 per week), dan diegene die deel uit maakten van de controlegroep (van 4,3 naar 4,2 per week). Na de eerste drie maanden was bij de groep met het bolusalarm de HbA1c-waarde licht gedaald. Bij de mensen zonder bolusalarm was geen verandering in de HbA1c-waarde waargenomen. Na zes maanden bleek dat er geen noemenswaardige verschillen meer waren tussen de HbA1c-waarden van beide groepen.

'Hoewel een bolusalarm een verbetering van het HbA1c tot gevolg heeft bij kinderen en jongeren die een insulinepomp gebruiken, blijkt uit deze studie ook dat dit resultaat slechts van korte duur is', aldus één van de onderzoekers.

© Double Check, Karin van Wordragen

 

AddThis Social Bookmark Button
   
17
Jun
2006

Stille diabetes

Stille diabetes nog steeds een probleem
 
Hoewel de afgelopen twee decennia het aantal mensen waarbij diabetes is vastgesteld is toegenomen, is het aantal mensen dat rondloopt met een onontdekte diabetes nog steeds even hoog. Dit blijkt uit een onderzoek waarbij gebruik is gemaakt van de statistieken van de 'National Institutes of Health' en de 'Centers for Disease Control and Prevention'.

Uit de hiervoor genoemde statistieken blijkt dat het aantal Amerikanen ouder dan 20 jaar met diabetes is opgelopen van 5,1 naar 6,5% sinds 1988; een derde van de mensen met deze aandoening, weet het nog steeds zelf niet.

Diabetes is de meest voorkomende oorzaak van blindheid, nieraandoeningen en amputaties bij volwassenen. Bovendien speelt de aandoening een belangrijke rol wanneer het aankomt op hartaandoeningen en beroertes. Type 2 diabetes bepaalt ongeveer 95% van alle diabetesgevallen. Analyse van de gegevens geeft bovendien aan dat diabetes twee maal zo vaak voorkomt bij zwarte mensen als bij blanke. 22% van de Amerikaanse volwassenen heeft diabetes terwijl 40% een vorm heeft van pre-diabetes.

'Het is erg belangrijk voor mensen om te weten of zij pre-diabetes of een niet vastgestelde type 2 diabetes hebben', zegt de arts Larry Blonde, voorzitter van het Nationale Diabetes Educatie Programma dat wordt gesponsord door de NIH en CDC. 'Mensen met deze aandoeningen zouden moeten praten met hun huisarts over de risico's. Wanneer je bloedglucose te hoog is, maar niet voldoende hoog om zo een diabetes vast te kunnen stellen, kan afvallen en meer lichaamsbeweging het risico van het ontwikkelen van diabetes verkleinen. Wanneer je al diabetes hebt betekent het goed onder controle houden van de bloedglucose, bloeddruk en cholesterol het voorkomen of uitstellen van de complicaties als gevolg van diabetes', aldus Dr. Blonde.

© Double Check, Marieke van der Vaart

AddThis Social Bookmark Button
   
21
May
2006

Insulinepomp en bloedglucosemeting tesamen

Medtronic heeft aangekondigd dat de FDA heeft ingestemd met het MiniMed Paradigm REAL-Time insulinepompsysteem gecombineerd met een continue bloedglucose meetsysteem. Deze vooruitstrevende technologie wordt gebruikt voor de behandeling van mensen met insulineafhankelijke diabetes.

Het bedrijf geeft aan dat met deze oplossing het continue bloedglucosemeetsysteem wordt geïntegreerd met de mogelijkheden van insulinepomptherapie. Deze nieuwe methode zal patiënten helpen om onmiddellijk correctief of juist preventief in te grijpen om zo hun bloedglucosespiegel zo stabiel en gezond mogelijk te houden. Hoe beter dit lukt, hoe kleiner de kans op complicaties later in het leven; hierbij valt te denken aan blindheid, nieraandoeningen, amputatie, impotentie en hartaandoeningen.

Het MiniMed Paradigm REAL-Time System is opgebouwd uit twee componenten: het zogenaamde 'REAL-Time Continuous Glucose Monitoring (CGM) Systeem' en een MiniMed Paradigm insuline pomp. Het CGM systeem zendt iedere vijf minuten de bloedglucosewaarde van een sensor naar de pomp; de laatste kan tot 288 metingen per dag weergeven. Op deze manier is er 100 keer meer informatie beschikbaar dan gebruikelijk met het drie maal daags in de vinger prikken.

De informatie die via de pomp is af te lezen, biedt de patiënt de mogelijkheid om direct actie te ondernemen om de bloedglucosen te verbeteren; hierbij moet vóóraf echter wel een controlemeting middels een vingerprik hebben plaatsgevonden. Het systeem wordt geschikt geacht voor alle patiënten van 18 jaar of ouder; insulinepomptherapie zelf is geschikt voor alle leeftijden.

'De goedkeuring van de FDA opent de deur naar de volgende generatie diabetes management', zegt Robert Guezuraga, directeur van Medtronic Diabetes.

© Double Check, Marieke van der Vaart

 

AddThis Social Bookmark Button
   
21
May
2006

Meer eigen verantwoordelijkheid

Bij mensen met type 2 diabetes die insuline gebruiken, lukt het vaak niet om de bloedglucose naar wens in te stellen. Een nieuw cursusprogramma, dat inmiddels is gecertificeerd, kan patiënten en hun behandelend arts naar succes leiden. De sleutel: ten opzichte van eerder ontwikkelde opleidingsprogramma's krijgen patiënten in deze nieuwe cursus veel meer eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van hun ziekte en therapie.

Een wezenlijk element uit het programma 'diabetes en gedrag' is de situatiegestuurde bloedglucosemeting. Dat betekent dat patiënten zowel voor als na een bepaalde situatie hun bloedglucose prikken (bijvoorbeeld een maaltijd of juist een wandeling). Hierdoor leren zij te begrijpen hoe de waarden door eigen handelen kunnen veranderen. Dit geven Dr. Ulrich Brinkmeier van de MH Hannover en zijn collega's aan.

Dit optreden leidde in een studie tot duidelijk verbeterde stofwisselingsinstellingen. 101 mensen met type 2 diabetes uit negen praktijken hebben aan het onderzoek deel genomen. Drie kwart van hen had al eerder een ander cursusprogramma gevolgd. Toch lag de gemiddelde HbA1c waarde bij aanvang van de nieuwe cursus op 8,7%. Zes maanden later was deze gemiddelde waarde gezakt naar 7,1%; een significante gewichtstoename is hierbij niet waargenomen.

De cursus vraagt geen grote kennis van de deelnemers en is toch effectief. Volgens dr. Matthias Frank uit Saarbrücken hangt het succes samen met het principe dat instructies en handleiding bij de arts vandaan wordt gehaald. Hierdoor moeten patiënten zelf ageren en zullen een goede bloedglucosewaarde in verband gaan brengen met een goed levensgevoel. Zo ontwikkelen ze de 'drive' om goede waarden te behalen.

© Double Check, Marieke van der Vaart

 

AddThis Social Bookmark Button
   

JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

ZOEKEN OP DEZE SITE

Who's Online

We hebben 32 gasten online
McAfee SECURE-sites bieden bescherming tegen identiteitsdiefstal, creditcardfraude, spyware, spam, virussen en online oplichting

Diabetes News

Maak de cachemap schrijfbaar

Endocrinology News

Maak de cachemap schrijfbaar