zaterdag, mei 25, 2013
   
Text Size
02
Dec
2011

Voortzetten zelfcontrole bloedglucose bij type 2 diabetes

Veel patiënten met diabetes controleren zelf hun bloedglucose. Dit wordt in Nederland echter alleen vergoed voor patiënten die insuline gebruiken.

Met behulp van zelfcontrole kunnen de effecten van verandering van leefstijl op de bloedglucose bij mensen met type 2 diabetes worden gevolgd. In de ROSSO-in-praxi studie is aangetoond dat zelf controleren van de bloedglucose tijdens een ​​12-weken durende leefstijlinterventie leidde tot significante verbetering van de glucose regulatie en kwaliteit van leven, ook bij patiënten met type 2 diabetes mellitus die géén insuline gebruikten.

De deelnemers aan dit onderzoek werden 2 jaar later opnieuw gecontacteerd, waarbij gevraagd werd naar hun huidige gewicht, hemoglobine A1c (HbA1c), het uitvoeren van zelfcontrole, en de kwaliteit van leven (SF36 en de CES-D vragenlijsten).

In totaal waren de resultaten van 228 deelnemers (70%) beschikbaar. Tijdens de 12 weken durende leefstijlinterventie hadden ze aanzienlijke afname van het gewicht (2,2 kg) en een daling van het HbA1c (0,3%, P <0.001). Na 2 jaar was het gewicht nog ietsje verder afgenomen met 0,2 kg, maar het HbA1c gehalte was weer iets gestegen: al met al was de HbA1c waarde nog gemiddeld 0,1% lager dan de beginwaarde. Het aantal deelnemers met depressie bleef stabiel tijdens de follow-up, terwijl de fysieke en mentale gezondheid gerelateerde kwaliteit van leven beter bleef in vergelijking met de uitgangssituatie. Tijdens de follow-up bleef 20% van de deelnemers dagelijks de bloedglucose controleren, 35% deed dit meerdere keren per week, en 33% onregelmatig. De deelnemers die dagelijkse zelfcontrole voortzetten, daalde het HbA1c- gehalte met 0,3%, terwijl bij degenen die stopten met zelfcontrole het HbA1c steeg met 0,1%.

De onderzoekers concluderen dat een kortdurende leefstijlinterventie bij personen met type 2 diabetes positieve gevolgen op lange termijn heeft op gewicht en kwaliteit van leven en, indien zelfcontrole dagelijks werd voortgezet, ook op HbA1c.

Bron: http://www.liebertonline.com/doi/abs/10.1089/dia.2011.0116

 

AddThis Social Bookmark Button
   
02
Dec
2011

Vit D in de zwangerschap en type 1 diabetes

Eerdere studies suggereerden dat extra inname van vitamine D-supplementen tijdens de zwangerschap of de vroege kindertijd de kans op het krijgen van type 1 diabetes kon verkleinen.

In deze Noorse studie werd onderzocht of lagere serum concentraties van 25-hydroxy-vitamine D (vitD) bij de moeder tijdens de zwangerschap geassocieerd was met een verhoogde kans op het ontstaan van type 1 diabetes bij het kind.
Een groep van 29072 vrouwen werd lange tijd gevolgd. De vitamine D spiegel gemeten werd gemeten (met behulp van een radioimmunoassay) in bloedmonsters die laat in de zwangerschap waren afgenomen bij 109 vrouwen, van wie het kind type 1 diabetes ontwikkelde vóór het 15e jaar, en bij 219 controle vrouwen, bij wie het kind geen diabetes ontwikkelde.

Lagere spiegels van vitamine D gaven een grotere kans op type 1 diabetes. De kans om type 1 diabetes te krijgen was meer dan twee keer zo hoog bij nakomelingen van vrouwen met de laagste niveaus van vitamine D in vergelijking met de nakomelingen van degenen met de hoogste vit D spiegels. Deze bevindingen dienen, aldus de onderzoekers, nog bevestigd te worden in andere cohorten, maar bieden voldoende houvast om een prospectieve gerandomiseerde studie te starten, waarin wordt nagegaan of het gebruiken van extra vitamine D tijdens de zwangerschap het ontstaan van type 1 diabetes bij kinderen kan voorkomen.

Bron: http://diabetes.diabetesjournals.org/content/early/2011/11/22/db11-0875.abstract

AddThis Social Bookmark Button
   
19
Nov
2011

RT-CGM ook bij type 2 diabetes gunstig

Recent zijn de resultaten gepubliceerd van een onderzoek naar gebruik van de glucosesensor door patiënten met type 2 diabetes. Doel van het onderzoek was om te bepalen of het gebruik, gedurende korte tijd, van real-time continue glucose monitoring (RT-CGM) op de lange termijn een gunstig effect had op de bloedglucose regulatie van patiënten met type 2 diabetes.

Dit was een gerandomiseerde gecontroleerde studie bij 100 volwassenen met type 2 diabetes die niet behandeld werden met prandiale insuline. De helft van de deelnemers gebruikte alleen tabletten, ruim eenderde gebruikte basale insuline, al dan niet in combinatie met tabletten. Deze studie vergeleek de effecten van 12 weken van intermitterende RT-CGM met zelfcontrole van de bloedglucose (SMBG) op de glykemische controle gedurende een 40 weken durende follow-up periode. De belangrijkste bevinding was, dat er een significant grotere daling in HbA1c was in de RT-CGM groep in vergelijking met deelnemers die alleen met een vingerprik de bloedglucose spiegels controleerden.

De onderzoekers concluderen dat bij personen met type 2 diabetes gebruik van RT-CGM gedurende 12 weken een aanzienlijke verbetering gaf van de bloedglucose regulatie welke behouden bleef bij langer durende follow-up.
Vervolgonderzoek zal moeten aantonen hoe lang deze gunstige effecten blijven aanhouden.

Bron: Diabetes Care, 2011. http://care.diabetesjournals.org/content/early/2011/11/11/dc11-1438.full.pdf+html

 

AddThis Social Bookmark Button
   
20
Oct
2011

Effecten van een nieuw medicijn, een glucokinase activator, bij type 2 diabetes

MK-0941 is de codenaam voor een nieuw medicament, dat bekend staat als een activator van het enzym glucokinase, een belangrijk enzym in de pancreas. Glucokinase fungeert als een soort peillood voor het glucose gehalte. Het idee is dat middelen die dit enzym stimuleren, zorgen voor een verhoging van de insuline afgifte, en daardoor daling van de bloedglucose waarden.

In een recent online gepubliceerde studie werden de effecten van dit middel bestudeerd bij patiënten met type 2 diabetes, die reeds werden behandeld met een langwerkend insuline preparaat, glargine. In totaal namen 587 patiënten gedurende een jaar verschillende doseringen van MK-0941, variërend van 10 tot 40 mg drie keer per dag, of placebo.

De resultaten waren enigszins teleurstellend. Na 14 weken waren de bloedglucose en HbA1c waarden gedaald. Het HbA1c daalde met maximaal 0.8%, van rond de 9.0% naar 8.1%. Na 30 weken behandeling was de verbetering van de bloedglucose waarden weer verdwenen. Bovendien gaf het middel een stijging van het aantal hypoglycemieën, het triglyceridengehalte en de systolische bloeddruk.

Bron: http://care.diabetesjournals.org/content/early/2011/09/28/dc11-1200.abstract

 

AddThis Social Bookmark Button
   
20
Oct
2011

Kan geven van borstvoeding glucose beïnvloeden?

Onderzoekers in Oakland, Californië, onderzochten de relatie tussen het geven van borstvoeding en de bloedglucose spiegels en glucose tolerantie bij 522 vrouwen, die recent waren bevallen, en in de zwangerschap diabetes hadden gekregen.

Het bleek dat zo'n 6-9 weken na de bevalling de vrouwen die borstvoeding hadden gegeven, bloedglucose spiegels hadden die 0,24 mmol/l lager waren dan vrouwen, die hun baby voornamelijk flesvoeding hadden gegeven. De nuchtere insuline waarden waren gemiddeld 6.3 - 7.5 mU/l lager. Ook de insulinewaarden, 2 uur na een glucose belastingstest, waren 21 - 36 mU/l lager dan in de vrouwen die flesvoeding hadden gegeven.

De onderzoekers concluderen dat het geven van borstvoeding geassocieerd was met lagere glucose en insulinewaarden. Zij suggereren zelfs dat dit kan betekenen dat deze vrouwen op de lange termijn een lagere kans hebben om type 2 diabetes te krijgen.

Maar deze resultaten betekenen nog iets anders. In Nederland hebben we inmiddels een nieuwe behandelrichtlijn voor zwangerschapsdiabetes ingevoerd. Hierin wordt geadviseerd dat iedere vrouw met zwangerschapsdiabetes zo'n 2 maanden na de bevalling opnieuw een glucosebelastingstest ondergaat om de mate van verandering van de glucose stofwisseling te beoordelen. Dit betekent ook dat bij vrouwen die nog borstvoeding geven, deze test voor een objectieve beoordeling pas dient te worden uitgevoerd zo'n 2 maanden na het stoppen van de borstvoeding. In het UMC Groningen adviseren wij dit inmiddels aan al onze patiënten die in de zwangerschap diabetes hebben gekregen.

Bron: http://care.diabetesjournals.org/content/early/2011/10/13/dc11-1409.abstract

 

AddThis Social Bookmark Button
   
23
Aug
2011

Mate van tevredenheid bij insuline behandeling.

4tIn de Treat-To-Target in Type 2 Diabetes (4T) studie in Engeland werden bij personen met type 2 diabetes drie behandelschema's vergeleken:
1. éénmaal daags langwerkende insuline
2. tweemaal daags mix insuline
3. driemaal daags snelwerkende insuline.
Men vroeg zich af welke patiënten het meest tevreden zouden zijn over hun behandeling?


De laagste score wat betreft behandeltevredenheid werd vastgesteld in de groep die driemaal daags insuline moest spuiten.
Ook patiënten die meer dan 4 kg in gewicht toenamen, scoorden slechter (waren dus méér ontevreden) dan patiënten die minder of niet aankwamen in gewicht.
Ook de patiënten die hypoglycemieën rapporteerden hadden een lagere score dan degenen die geen hypoglycemieën rapporteerden.

Deze 'open deuren' werden gepubliceerd in het tijdschrift Diabetes, Obesity & Metabolism.
http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/j.1463-1326.2011.01475.x/abstract

Wel was het zo dat de patiënten die driemaal daags insuline toedienden, het laagste HbA1c haalden. Deze gegevens werden al eerder gepubliceerd. En zoals u weet: hoe lager het HbA1c, hoe kleiner de kans op complicaties. De trend is duidelijk: mensen die het laagst mogelijke HbA1c nastreven om zo lang mogelijk zonder complicaties te leven, komen iets meer in gewicht aan, hebben meer hypo's, en daardoor zijn zij iets minder tevreden met hun behandeling.
Omgaan met diabetes betekent dus ook leren omgaan met nadelen van de behandeling.

 

AddThis Social Bookmark Button
   
23
Aug
2011

Succes van liraglutide bij bereiken behandeldoelen

De behandeling van mensen met type 2 diabetes kent meerdere doelen. Als je aan mensen met diabetes de vraag stelt welke doelen het belangrijkst zijn, dan bestaat deze combinatie uit:
1. verlaging van HbA1c onder de 7%
2. geen hypoglycemieën
3. geen toename van het gewicht.

Prof. Zinman en collega's analyseerden de resultaten van 7 grote studies, waarin de effecten van de GLP1 agonist liraglutide werden vergeleken met die van andere behandelingen, te weten glimepiride (een sulfonylureum), rosiglitazone (een PPARgamma agonist, inmiddels nauwelijks meer in gebruik), insuline glargine, exenatide, of sitagliptine.

Na een half jaar behandeling had 40% van de diabetes patiënten die liraglutide 1.8 mg gebruikte, dit doel bereikt: HbA1c onder de 7%, geen hypo's en niet zwaarder geworden. In de vergelijkingsgroepen was varieerde dit van 6% bij gebruik van rosiglitazone tot 25% bij gebruik van exenatide. Op zich zijn deze resultaten goed te begrijpen: bijna iedereen die glimepiride of rosiglitazone gebruikt komt aan in gewicht!

De onderzoekers concluderen dat het combinatie-doel, dat de meeste patiënten voor ogen hebben, het meest frequent kan worden bereikt met liraglutide. Wat dit betekent voor het ontstaan van vaat- en zenuwcomplicaties op de lange termijn, is nog onbekend.

Bron: Diabetes, Obesity & Metabolism: http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/j.1463-1326.2011.01493.x/abstract

 

 

AddThis Social Bookmark Button
   
09
Jul
2011

Vermindering van AGEs in voeding gunstig

gebakkenOnderzoekers uit de VS, onder leiding van prof. Helen Vlassara (Mount Sinai Ziekenhuis, New York), publiceerden recent de gegevens van lange termijn gebruik van voeding die arm is aan versuikeringsproducten ('advanced glycation endproducts').

Het betrof 18 patiënten met type 2 diabetes, die merendeels met tabletten werden behandeld. AGE beperking werd behaald door voedsel niet te bakken of grillen, maar te koken, stomen of smoren. Hierdoor neemt de AGE concentratie in de voeding met zo'n 50% af.

Door gedurende 4 maanden de voeding zo aan te passen namen de bloedspiegels van AGE producten zoals CML ('Carboxymethyllysine') aanzienlijk af, terwijl die spiegels in de groep die 'gewone voeding' gebruikte zelfs wat toenamen. Als ander gunstig effect nam de mate van insuline resistentie af, steeg het adiponectine gehalte (een gunstige bloedfactor), en daalde ook het gehalte aan ontstekingswaarden in het bloed. Deze resultaten onderstrepen nog eens de ongunstige effecten van AGE-rijke voeding.

Bron: Uribarri et al. Diabetes Care July 2011 vol. 34 no. 7 1610-1616

 

 

AddThis Social Bookmark Button
   
06
Jul
2011

Liraglutide helpt ook bij type 1 diabetes

liraglutideIn een beperkte 'pilot' studie onderzochten Kielgast en collega's de effecten van liraglutide bij patiënten met type 1 diabetes.

In totaal deden 29 patiënten aan de studie mee. De dosering van liraglutide was 1.2 mg per dag. De dosering insuline nam af, het meest in de patiënten die nog enige aanmaak van insuline hadden, maar toch ook bij patiënten die geen insuline meer zelf produceerden ('C-peptide negatief'). Ook was er een klein beetje afname van het lichaamsgewicht, gemiddeld met zo'n 2,3 kg. Het is nog niet duidelijk of dit betekent dat deze behandeling nu vaker bij patiënten met type 1 diabetes zal worden gebruikt.


Bron: Kielgast et al. Diabetes Care 2011 vol. 34 no. 7 blz. 1463-1468
(http://care.diabetesjournals.org/content/34/7/1463.full)

 

 

AddThis Social Bookmark Button
   
05
Jul
2011

Vitamine D en retinopathie

vitamindIn een studie met ruim 500 personen met type 1 diabetes vonden Kaur et al een verband tussen de hoogte van het vitamine D gehalte van het bloed en de aanwezigheid van retinopathie.

Het onderzoek werd uitgevoerd in een kinderziekenhuis in Australië. De deelnemende patiënten waren tussen de 8 en 20 jaar oud.

In de kinderen met lage vitamine D spiegels (kleiner dan 50 nmol/l) waren er twee keer zo veel met retinopathie als in de groep met normale bloedspiegels. Er bleek géén verband tussen het vitamine D gehalte en de aanwezigheid van microalbuminurie en neuropathie. De studie geeft nog niet aan dat het verband oorzakelijk is, d.w.z. dat vitamine D gebrek direct leidt tot retinopathie is nog niet zeker. Echter, de auteurs speculeren dat vitamine D mogelijk een remmend effect heeft op vaatnieuwvorming, een belangrijk fenomeen bij type 1 diabetes. Er kunnen echter ook andere factoren in het spel zijn.

Bron: Kaur, H. et al. Diabetes Care 2011, 34(6): blz. 1400.

 

 

AddThis Social Bookmark Button
   

JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

ZOEKEN OP DEZE SITE

Who's Online

We hebben 22 gasten online
McAfee SECURE-sites bieden bescherming tegen identiteitsdiefstal, creditcardfraude, spyware, spam, virussen en online oplichting

Diabetes News

Maak de cachemap schrijfbaar

Endocrinology News

Maak de cachemap schrijfbaar