Overgewicht en rimonabant
Zij stellen dat overgewicht een belangrijk gezondheidsprobleem is. De afgelopen jaren heeft men veel nieuw inzicht verkregen in de rol van het endocannabinoïdsysteem (het eigen cannabis-achtige systeem in ons lichaam) bij de regulatie van lichaamsgewicht, en het medicament Rimonabant is een middel dat een specifieke receptor in dit systeem, de CB1-endocannabinoïdreceptor, blokkeert.
Recentelijk werden er vier grote studies gepubliceerd over de effectiviteit en de veiligheid van de toepassing van rimonabant bij de behandeling van mensen met overgewicht. In combinatie met een kalorie-beperkt dieet bleek het gebruik van rimonabant 20 mg/dag effectiever dan dat van placebo ten aanzien van het bereiken en behouden van gewichtsverlies. Daarnaast had behandeling met rimonabant een gunstig effect op de insulineresistentie, het HDL-cholesterol en op een verhoogd triglyceriden gehalte.
Zij menen wel dat er bezorgdheid is over de toegenomen incidentie van vooral depressie tijdens behandeling, en besluiten als volgt: of de gunstige effecten op lichaamsgewicht en risicofactoren zich vertalen in een vermindering van ontstaan van en sterfte aan hart- en vaatziekten in deze populatie zal moeten blijken uit grootschalig klinisch onderzoek.
In een begeleidend artikel komen van Bronswijk en collega's tot de volgende conclusies:
1. Een adviescommissie van de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) heeft rimonabant in juni 2007 unaniem afgewezen op grond van onvoldoende inzicht in de veiligheid ervan. de FDA stelt dat er meer gegevens moeten komen over de neurologische en psychische bijwerkingen, met name over depressie. Ook wil men meer gegevens over behandeling op langere termijn (www.fda.gov/ohrms/dockets/ac/07/minutes/2007-4306m1-final.pdf).
2. De Europese registratieautoriteit heeft in juli 2007 rimonabant als NIET geschikt geacht voor gebruik bij mensen met een ernstige depressie en bij mensen die worden behandeld met antidepressiva (www.emea.europa.eu/humandocs/PDFs/EPAR/acomplia/32982607en.pdf).
Bronnen: Ned Tijdschr Geneeskunde 2007;151:2615-2619; 2620-2622.
| < Vorige | Volgende > |
|---|
