vrijdag, augustus 01, 2014
   
Text Size
29
May
2010

www.sugarfriends.nl

Deze stichting wil een financiële vergoeding én platform bieden voor nieuwe technieken (continue glucose monitoring - cgm) als een noodzakelijke aanvulling op de bestaande pomptherapie voor kinderen, jongeren met de aandoening diabetes mellitus type 1 en hun ouders. Zie hiervoor de website www.sugarfriends.nl  

Verstrekking van continue glucose monitoring is belangrijk voor bepaalde patiënten, zoals mensen die onvoldoende regulatie kunnen bereiken, patiënten met hypo unawareness, en kinderen. De afgelopen maanden is er uitgebreid overleg geweest tussen de Nederlandse Diabetes Federatie en het College voor Zorgverzekeringen over een CGM protocol. Hopelijk zal het hierdoor op termijn mogelijk zijn om voor bepaalde patiëntengroepen vergoeding van CGM te realiseren via een speciale constructie, waarbij gebruik wordt toegestaan (en vergoed :-) ) in combinatie met aanvullende dataverzameling rond gebruik, effecten op korte en lange termijn, etc. We houden onze vingers gekruist, en hopelijk ontstaat binnenkort hierover meer duidelijkheid.

 

AddThis Social Bookmark Button
   
05
Apr
2010

Type 2 diabetes erfelijk

Wist u dat diabetes type 2 erfelijk is? Zit diabetes type 2 eenmaal in de familie dan is de kans tot 50% dat dit doorgegeven wordt.

Wat veel mensen ook niet weten is dat diabetes type 2 een domino-effect heeft. Het verhoogt onder andere de kans op hartaandoeningen, slechtziendheid en dementie.

Door gezond te leven en voldoende beweging kunt u diabetes type 2 helpen voorkomen. Kijk wat uw risico op diabetes is en doe de Nationale Diabetes Erfelijkheidstest.
Kijk op www.diabetesfonds.nl.

AddThis Social Bookmark Button
   
28
Feb
2010

Continue glucose monitoring

Voor continue meting van de glucose spiegel bij diabetes mellitus zijn een aantal apparaten (CGMs, continue glucose meters) geregistreerd door de Food and Drug Administration binnen de VS (tabel 1). Een artikel hierover verscheen vorig jaar in het Nederlands Tijdschrift voor Diabetologie.

Tabel 1. Continue glucose sensoren die geregistreerd zijn door de ‘Food and Drug Administration’
Continuous glucose monitoring Gold system, Medtronic Minimed (1999)
Paradigm REAL-Time and Guardian REAL-Time Systems, Medtronic MiniMed (2007)
STS Continuous Glucose Monitoring System, DexCom (2006)
STS-SEVEN Continuous Glucose Monitoring System, DexCom (2007)
FreeStyle Navigator, Abbott Diabetes Care (2008)
Glucoday,  Menarini Diagnostics - Microdialyse

Bij de meeste CGM’s wordt de glucose spiegel gemeten met behulp van het enzym glucose-oxidase, net als bij conventionele glucose meters. Een naald die gecoat is met het enzym glucose-oxidase wordt ingebracht in het onderhuidse weefsel. Onder invloed van de omzetting van glucose ontstaat een elektrische stroom, die wordt gemeten met behulp van een elektrode. De grootte van deze elektrische stroom weerspiegelt de hoeveelheid geoxideerd glucose en dus de hoeveelheid glucose in de onderhuidse vloeistof. Door de CGM met enige regelmaat te kalibreren met een zelfgemeten bloedglucose waarde wordt de grootte van de elektrische stroom gekoppeld aan de juiste waarde van de bloed glucose spiegel.

De continue glucose meters bepalen de glucose spiegel gedurende een aantal dagen en slaan deze waarden op. Bij de eerste modellen, bijvoorbeeld de CGM Gold (Minimed Medtronic), konden deze glucose spiegels pas naderhand worden uitgelezen en geanalyseerd, zodat men ook pas achteraf een beter inzicht in de (fluctuaties en het beloop van de) glucose spiegels van de patiënt kreeg. Aan de hand van deze kennis werd bijvoorbeeld de behandeling aangepast.

Het grote voordeel van de huidige, nieuwere ‘real time’ CGM’s is dat op ieder moment de glucose concentratie wordt weergegeven op een display. Hierdoor kan een patiënt direct actie ondernemen op zijn of haar glucose. Daarnaast kunnen alarmen worden ingesteld om de patiënt te attenderen op (de kans op het ontstaan van) hypo- en hyperglycemieën. Bovendien geven de meeste CGM’s weer welke richting de glucose spiegel op gaat: daalt deze, of is deze aan het stijgen.
De CGM’s die gebruik maken van de naaldelectrode bestaan uit een sensor, een zender en een ontvanger. De sensor wordt met behulp van een naald in het onderhuidse weefsel ingebracht. Deze sensor blijft afhankelijk van het merk en het type 3 tot 7 dagen betrouwbaar functioneren. De sensor is verbonden met een zender op de huid, die via een radiofrequent signaal informatie stuurt naar de ontvanger. De ontvanger bestaat uit een draadloos apparaatje met een display waarop de glucose spiegel wordt afgebeeld. De alarmen, in de vorm van een geluid of trilling, worden ook door deze ontvanger gegenereerd.

De Paradigm van Minimed Medtronics is een combinatie van een CGM met een insuline pomp waarbij de insulinepomp ook de ontvanger met display is. Bij deze variant moet de patiënt overigens wel zelf de hoeveelheid toe te dienen insuline bepalen.

Het belangrijkste voordeel van de CGM is dat deze de glucose continu meet en dat er direct geanticipeerd kan worden op veranderende glucose spiegels, dat patiënten gewaarschuwd kunnen worden bij afwijkende glucose spiegels en dat er inzicht is in het verloop van de glucosespiegels. Een belangrijk minpunt is de tijd die verstrijkt tussen de bloedglucose en de waarde van de CGM. Daarnaast is de accuraatheid van CGM, met name bij snel veranderende glucosespiegels in het gebied lager dan 4 mmol/l, nog niet even goed als bij bloedglucose bepaling aan de hand van SMBG en/of bloedglucose bepaling in het laboratorium uit veneus afgenomen bloed.

In de praktijk kan CGM gebruik niet de conventionele zelfcontrole volledig vervangen en blijven vingerprikcontroles nodig voor calibratie en controle. Ondanks deze minpunten blijkt het gebruik van CGM toch een toegevoegde waarde te hebben en is bewezen effectief. Ten eerste resulteert CGM gebruik in een daling van de HbA1c waarde bij patiënten die CGM ‘continu’ gebruiken en op grond hiervan hun behandeling aanpassen, of resulteert op zijn minst in vermindering van hypoglycemieën ten opzichte van controlegroep, bij een met de controlegroep vergeleken gelijke daling in HbA1c. De patiënten in deze onderzoeken hadden van tevoren een HbA1c hoger dan de streefwaarde, ondanks adequate behandeling aan de hand van vingerprikken. Dergelijke patiënten zijn dan ook geschikte kandidaten voor CGM gebruik.

Een tweede bewezen effect van CGM gebruik is dat de tijd waarin iemand met diabetes normale bloedglucoses heeft toeneemt en daarmee de tijd doorgebracht in hypo- en hyperglycemie afneemt. Hierdoor zal de kans op complicaties afnemen.

Het is in de dagelijkse begeleiding van patiënten met diabetes een groot obstakel dat CGM nog steeds niet vergoed wordt. Alleen al de hypoglycemie alarmering van de CGM zou naar onze mening reden moeten zijn tot vergoeding. Aan patiënten met hypo-unawareness in het bijzonder wordt zo een adequate alarmering voor ernstige acute complicaties onthouden.

Meer informatie over het Nederlands Tijdschrift voor Diabetologie en evt nabestellen van oude nummers vindt u op de website www.diabetesweb.nl.


 

AddThis Social Bookmark Button
   
28
Feb
2010

Pompbehandeling op maat - ervaringen van Diabeter

Op het congres Advanced Technologies and Treatment for Diabetes in Basel presenteerde Dr. H.J. Veeze van het Diabetescentrum Diabeter te Rotterdam op 11 februari gegevens over de analyses van 419 pompgebruikers bij Diabeter.

Dit onderzoek werd uitgevoerd als onderdeel van de studies die moeten resulteren in een (semi)automatische pancreas (closed-loop artificial pancreas). De onderzoeksvraag was waarom bij diabetes en pompgebruik zulke hoge basaalstanden (de insuline die altijd nodig is, dag en nacht) worden gebruikt. In de natuurlijke situatie is dat namelijk veel minder. Dit beperkt de stuurmogelijkheden. En voor het ontwikkelen van een automatische alvleesklier is het nodig om zoveel mogelijk de natuurlijke situatie na te doen.

Een belangrijke conclusie van het onderzoek was dat de basaal-stand van een pomp van grote invloed is op het succes van de behandeling. Zo wordt bij mensen die een lagere basaal-stand gebruiken (en daarbij een hogere bolus hoeveelheid nemen (de insuline die bij een maaltijd of snack extra wordt gegeven voor het verwerken van de koolhydraten)) een beter HbA1c gevonden en met minder last van hypoglycemieen. Verder is de flexibiliteit (sport, uitslapen, ander eetpatroon, etc) met een lagere basaalstand groter, hetgeen vooral voor mensen met een actief en wisselend leven en leefpatroon van belang is. Met een lagere basaalstand wordt veel meer de natuurlijke situatie nagebootst. ‘Gewone’ zaken als eens niet eten of later eten worden dan veel makkelijker hanteerbaar voormensen met diabetes.

Bron: www.diabeter.nl

 

 

AddThis Social Bookmark Button
   
28
Feb
2010

Het Dr. Frank Dieet

Op deze website krijg ik regelmatig vragen over het zogenoemde 'Dr. Frank Dieet'. Dit dieet is populair en leidt op korte termijn tot aanzienlijk gewichtsverlies bij mensen met type 2 diabetes.

Het Dr. Frank Dieet bevat een ruime hoeveelheid eiwitten, en weinig koolhydraten. Het is met name bedoeld om het weer herwinnen van het verloren gewicht tegen te gaan. Het dieet is ontwikkeld door Dr. Frank van Berkum, verbonden als internist aan Previtas en Ziekenhuisgroep Twente te Hengelo.

De resultaten met het dieet zijn opmerkelijk. In de eerste evaluaties lijkt met het dieet inderdaad dat deelnemers minder gewicht aankomen nadat de dieetperiode van (slechts!) 12 weken wordt beëindigd. Deze resultaten zijn beschreven in het recente proefschrift van de onderzoeker Stijn Soenen, die in februari in Maastricht promoveerde. Naast het succesvol verliezen van vele kilo's konden vele van de deelnemende patiënten met diabetes terug van insuline naar tabletten.

Op de website van de Nederlandse Diabetes Federatie (www.diabetesfederatie.nl) staat vermeld dat men geen reden ziet om op dit moment af te wijken van de geadviseerde voedingsrichtlijnen en wil men mensen met diabetes type 2 adviseren het dieet in samenspraak met de diëtist op te stellen en eventuele wijzigingen van medicatie met de behandelaar te bespreken. Dat laatste is altijd verstanbdig, zeker omdat volgen van het dieet zal leiden tot een aanzienlijke vermindering van de dosering van tabletten of insuline. 

Individuele deelnemers aan het dieet rapporteren veel succes in afvallen en behouden van het lichaamsgewicht. Hierbij is belangrijk dat u weet dat het niet gaat om het dieet alleen. Regelmatig bewegen en veranderen van voedingsgewoonten moeten helpen om de bereikte resultaten te bestendigen. Ervaringen van deelnemers vindt U op www.eenkiloperweek.nl .

Het dr. Frank dieet wordt geëvalueerd in een groot wetenschappelijk onderzoek door de Universiteit van Maastricht (prof. dr. M. Plantenga) en het Universitair Medisch Centrum Groningen (prof. dr. B.H.R. Wolffenbuttel), en de officiële resultaten van ruim 300 intensief gevolgde deelnemers worden medio dit jaar verwacht. Deze studie is geregistreerd in de wereldwijde onderzoeksdatabase www.clinicaltrials.gov, onder nummer NCT00862953.

 

AddThis Social Bookmark Button
   
28
Feb
2010

Nieuwe eenheid HbA1c-waarde

Vanaf begin april 2010 verandert de uitslag van de HbA1c waarde. Deze HbA1c-waarde werd uitgedrukt als percentage en zal vanaf die datum worden weergegeven als mmol/mol.

Hierdoor veranderen ook de uitslagen. Zo wordt een HbA1c-waarde van 7% in de nieuwe eenheid gerapporteerd als 53 mmol/mol. Een daling van de HbA1c-waarde van 1% is in de nieuwe eenheid een daling van 11 mmol/mol.

Internisten, huisartsen, diabetesverpleegkundigen en diëtisten hebben inmiddels een brief gekregen en een folder over de invoering van de nieuwe HbA1c-waarde thuisgestuurd. Daarnaast ontvangen ze een omrekencalculator die handig is om de nieuwe en de oude waarde te vergelijken. Ook zijn er materialen beschikbaar om patiënten over de nieuwe waarde te informeren, namelijk patiëntenkaarten en een poster voor in de wachtkamer.

HbA1c is de afkorting voor geglyceerd hemoglobine. Het ontstaat doordat glucose zich in het bloed bindt aan hemoglobine in rode bloedcellen. Dit proces is onomkeerbaar. Stijgt de concentratie glucose in het bloed, dan wordt er meer HbA1c gevormd. Omdat rode bloedcellen een levensloop van 2 tot 3 maanden kennen, geeft de hoeveelheid HbA1c een beeld van de gemiddelde bloedglucosespiegel over de afgelopen 5 weken (en niet zoals in sommige publicaties wordt vermeld 2 tot 3 maanden!).
De HbA1c uitslag wordt gebruikt om in te schatten hoe de diabetes is ingesteld. Dit is mede van belang, omdat we al lange tijd weten dat de kans op complicaties bij mensen met diabetes toeneemt als de HbA1c-waarde toeneemt.

In de nieuwe rapportage veranderen de streef- en referentiewaarden. Zo verandert de streefwaarde voor volwassenen van <7% naar <53 mmol/mol. Dit is overigens mede afhankelijk van de leeftijd. Te scherpe regulatie kan voor met name oudere mensen gevaarlijk zijn.

De reden voor verandering is wereldwijde harmonisatie. In verschillende landen zijn nu drie verschillende standaarden in gebruik. Afgesproken is dat landen voor HbA1c gaan rapporteren in de eenheid mmol/mol. Dat is echter sneller gezegd dan gedaan, omdat iedereen aan de nieuwe waarde zal moeten wennen!

Om zorgverleners en patiënten te laten wennen aan de nieuwe eenheid van de HbA1c-waarde wordt deze de komende tijd als volgt gerapporteerd:
• Vanaf 6 april 2010 zowel in percentage als in mmol/mol.
• Vanaf 1 januari 2011 alleen nog in mmol/mol. Je kunt dan altijd nog wel terugrekenen!

Meer informatie, zoals een omrekencalculator, vindt u op www.nieuwediabeteswaarde.nl/.
 

AddThis Social Bookmark Button
   
25
Dec
2009

3e Landelijk Symposium Diabetes en Nierziekten Februari 2010

Op 16 februari 2010 wordt het 3e Landelijk Symposium Diabetes en Nierziekten georganiseerd, dat beoogt vanuit multidisciplinair perspectief de problematiek rond de diabetes patiënt met nierproblemen te bespreken.

Diabetes mellitus kan op langere termijn gepaard gaan met complicaties, zoals netvlies-, nier- en zenuwschade, en hart- en vaatziekten. Dit geldt voor zowel type 1 als type 2 diabetes. Ongeveer 30 % van alle patiënten met diabetes ontwikkelt ernstige complicaties aan de nieren.

De afgelopen decennia leek het aanvankelijk mogelijk om deze nefrologische complicaties met name bij patiënten met type 1 diabetes te voorkomen door optimale diabetes regulatie en bloeddrukcontrole. Echter, door de sterke toename van het aantal patiënten met type 2 diabetes zal de komende jaren het aantal patiënten, dat voor nierfunctievervangende therapie in aanmerking komt, juist gaan toenemen. Een toenemend aantal van de dialyserende patiënten heeft diabetes. Goede preventieve zorg kan wellicht deze verwachte aanwas van patiënten verminderen. Protocollaire begeleiding van diabetes patiënten kan hier belangrijk aan bijdragen.

Het symposium is gericht op internisten en arts-assistenten met nefrologische en endocrinologische belangstelling, en op diabetesverpleegkundigen en verpleegkundigen op een dialyse of nefrologische afdeling. Meer informatie op www.debaar.net.

AddThis Social Bookmark Button
   
25
Dec
2009

Gebruik glucosesensor verbetert resultaten pompbehandeling

De RealTrend studie, uitgevoerd door onderzoekers in Marseille en zes andere Franse diabetescentra, laat zien dat bij mensen met type 1 diabetes, die met insulinepomp behandeling beginnen, de verbetering van de diabetes instelling groter is bij hen die tegelijkertijd een glucosesensor gebruiken, en op grond hiervan hun insulinedosis bijregelen.

In totaal doorliepen 115 patiënten de gehele studie. De helft van hen gebruikte alleen de Medtronic MiniMed Paradigm 512/712 pomp en controleerde tenminste 3 x daags de bloedglucose spiegel met een vingerprik. De andere helft gebruikte dezelfde pomp maar tenminste 70% van de tijd ook de bijbehorende glucose sensor, en werd uitgebreid geïnstrueerd om de pompbehandeling af te stemmen op grond van de sensoruitslagen.
Na zes maanden was in de patiënten die de sensor gebruikten het HbA1c het sterkst gedaald, 0.81% in de gehele groep, en 0.96% in de patiënten die de sensor inderdaad > 70% van de tijd droegen. De daling van het HbA1c in de groep met pompbehandeling zonder gebruik van de sensor was 0.55%.
In de sensorgroep maakten 2 personen een ketoacidose door, en één een ernstige hypoglycemie. In de groep met gewone pompbehandeling waren er 3 gevallen van ketoacidose, en vier andere ernstige gebeurtenissen, die de onderzoekers echter niet verder beschrijven. 

Samenvattend kan gesteld worden dat gebruik van continue glucosemetingen met behulp van een sensor veilig is, en leidt tot betere resultaten van behandeling met een insulinepomp, dat wil zeggen een sterkere daling van het HbA1c. Het verschil is ruim 0.4% HbA1c, en dit is een groot verscxhil dat op de lange termijn tot een aanzienlijk verschil in complicaties tussen beide groepen zal leiden. Het is dan ook onbegrijpelijk dat gebruik van de glucosesensor in Nederland nog altijd niet wordt vergoed door de zorgverzekeraars.

Bron: Diabetes Care, dec 2009, Raccah et al. 
Online diabetes.nl: 25-12-2009

AddThis Social Bookmark Button
   
25
Dec
2009

Erfelijke factoren en retinopathie

In een recent gepubliceerd onderzoek uit Slovenië werden opnieuw twee genen gevonden die bij type 1 diabetes de kans op het krijgen van netvliesschade (retinopathie) groter maken.

Medici zoeken al langer naar de factoren die de kans op retinopathie verhogen. Lang niet iedereen met slecht gereguleerde diabetes krijgt retinopathie, en ook sommige mensen met goed gereguleerde diabetes krijgen ernstige netvliesafwijkingen. Om die reden wordt al lang vermoed dat de aanleg om retinopathie te krijgen deels erfelijk is.

De onderzoekers uit Ljubljana vonden dat polymorfismen in 2 genen die betrokken zijn bij het neutraliseren van oxidatieve stress in het lichaam de kans op oogafwijkingen beïnvloeden. Zowel een mutatie in het gen voor mangaan-superoxide dismutase (MnSOD) én een mutatie in het gen glutathion-S-transferase (GSTM1) maken de kans op het krijgen van diabetische retinopathie ieder 2,5 keer zo groot. Bezit iemand beide mutaties, dan is de kans zelfs 4,25 keer zo groot om retinopathie te krijgen.

Deze bevindingen helpen ons verder in het identificeren van diabetes patiënten met een grote kans op het krijgen van complicaties, en het identificeren van de beste behandeling om deze complicaties te voorkomen.

Bron: Diabetes Care, dec 2009, Hovnik et al.
Online diabetes.nl: 25-12-2009

AddThis Social Bookmark Button
   
06
Dec
2009

Vaccinaties Mexicaanse griep

Bijna 76% van de 5,5 miljoen patiënten uit de medische risicogroepen hebben in de afgelopen weken bij hun huisarts de eerste vaccinatie tegen de Mexicaanse griep gehaald.

Dat blijkt uit cijfers van de Stichting Nationaal Programma Griepvaccinatie (SNPG). Deze week zijn de meeste huisartsen gestart met de tweede ronde van de vaccinatie.

Met 75,9% is de vaccinatiegraad tegen Mexicaanse griep onder medische risicogroepen vergelijkbaar met de jaarlijkse opkomst bij de vaccinatie tegen de seizoensgriep. Dit percentage is het hoogste in heel Europa.
De eerste ronde van de vaccinatie tegen Mexicaanse griep begon in de eerste week van november. De medische risicogroepen die van hun huisarts een uitnodiging voor de vaccinatie kregen, waren gelijk aan de groepen die ieder jaar een uitnodiging krijgen voor de vaccinatie tegen de seizoensgriep: patiënten met diabetes, luchtwegaandoeningen en hartproblemen en alle gezonde 60-plussers.Ook gezonde zwangeren vanaf de 14e week, verloskundigen en mantelzorgers van ernstig zieken konden zich bij hun huisarts laten vaccineren.

Afgelopen week zijn huisartsen al weer gestart met de tweede ronde van de vaccinatie tegen Mexicaanse griep. Volgens de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en het Nederlands Huisartsen genootschap (NHG) wijzen de eerste ervaringen er op dat de opkomst opnieuw hoog

AddThis Social Bookmark Button
   

JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

ZOEKEN OP DEZE SITE

Who's Online

We hebben 34 gasten online
McAfee SECURE-sites bieden bescherming tegen identiteitsdiefstal, creditcardfraude, spyware, spam, virussen en online oplichting