Vraag over insulinepomp
Antwoord:
De insulinepomp is niet beveiligd tegen een overdosis, alhoewel het ervan af hangt hoe je overdosis definieert.
Alles wat een pomp doet, vergt de actieve bemoeienis van de gebruiker.
Instelling van basaal standen vergt input van de gebruiker, evenals het geven van een bolus.
De basale toediening van insuline gaat daarna continu door, tot de ampul met insuline (die 300 E bevat) leeg is, of iemand -meestal de gebruiker- de pomp stopt.
Toedienen van een bolus voor de maaltijd gebeurt niet automatisch, maar na commando / opdracht door de gebruiker.
De pomp gaat echter niet automatisch uit, als iemand een hypo heeft. Dat is omdat de pomp alleen maar pompt, en geen 'waarnemingen' uitvoert.
Bij een hypo (te lage bloedglucose) wordt geadviseerd om de pomp stop te zetten, en de hypo te verhelpen.
Als iemand een hypo heeft en dit zelf niet kan doen, dan is advies aan familid of andere helpende om het toedieningsnaaldje te verwijderen (meestal zit dit in de buikhuid).
Wanneer de hypo gecorrigeerd is, zal de pomp weer worden aangesloten.
| < Vorige | Volgende > |
|---|