Hart- en vaatziekten
Hoge bloeddruk
De achtergrond
In ons lichaam stroomt het bloed via de bloedbaan (slagaders, aders) naar en van de cellen in de diverse weefsels. Bouwstoffen als koolhydraten, eiwitten etc. en andere elementen als zuurstof worden aangevoerd en afbraakproducten worden afgevoerd. Bij tijdige aan- en afvoer van deze stoffen kunnen de weefsels goed functioneren. De bloedstroom wordt op gang gehouden door de bloeddruk. Elke keer als de hartspier zich samentrekt wordt een bepaalde hoeveelheid bloed de vaatbaan in gepompt.De grote lichaamsslagader en de grotere slagaders, die daarvan aftakken, hebben een zekere buffercapaciteit, waardoor het uitgepompte bloed wordt opgevangen en de schokgolf van de hartslag geleidelijk verdeeld wordt. Naarmate wij ouder worden, zullen deze bloedvaten stijver worden. Wanneer er dan ook slagaderverkalking is opgetreden, wordt de bloeddruk hoger.
De bloeddrukmeting
De bloeddruk wordt aan één van de armen gemeten even boven de elleboog. Een opblaasbare manchet wordt om de bovenarm aangelegd. De druk in deze manchet wordt met lucht opgepompt tot bv. 200 mm kwik en dan laat men de manchet geleidelijk aan leeg lopen. Met een stethoscoop wordt in de elleboogplooi geluisterd naar de tonen van de hartslag. Zodra de eerste tik in het oor gehoord wordt spreekt men van de bovendruk, de ‘systolische’ bloeddruk. Laat men de manchet verder leeglopen, dan zal men op een bepaald moment de tonen van de hartslag niet meer kunnen horen. Dat is dan de waarde van de onderdruk, de diastolische bloeddruk. In het algemeen is de bloeddruk ‘s nachts lager dan overdag, en kan bij pijn of emoties de bloeddruk stijgen. De bloeddruk is dus variabel. Bij ouderen ziet men nogal eens dat alleen de bovendruk te hoog is. Vroeger werd hier niet zo zwaar aan getild, maar die tijd is voorbij. Het behandelen van groepen ouderen met deze vorm van hoge bloeddruk heeft geleerd dat verlaging van de bloeddruk wel degelijk zin heeft.
De oorzaken van hoge bloeddruk
Bij de meeste mensen met hoge bloeddruk (hypertensie) kan geen specifieke oorzaak vastgesteld worden. In zeldzame gevallen kunnen bepaalde ziekten of situaties tot hoge bloeddruk aanleiding geven, zoals:
een (aangeboren) nierziekte
- een vaatwandziekte waarbij de spiercellen afwijkend zijn of b.v. atherosclerose
- een teveel aan hormonen b.v. uit het bijniermerg
- medicijnen of genotmiddelen die de nierfunctie beïnvloeden zoals glycyrrizinezuur uit drop of kauwgum.
Het is dus zaak om een éénmaal vastgestelde te hoge bloeddruk goed te vervolgen
en zo mogelijk een oorzaak vast te stellen om daarna tot behandeling over te gaan.
Dat werd ook gedaan in de UKPDS. Om tot een waarde van ± 144/82 mmHg te komen gebruikte men echter wel meer dan één bloeddruk verlagend middel. De behandeling lijkt éénvoudig, maar is dat niet. Dit geldt zowel voor de patiënt als de behandelaar.

De behandeling
De behandeling van hoge bloeddruk bij personen met diabetes valt uiteen in leefmaatregelen en behandeling met medicijnen. Tot de leefregels behoren adviezen als het roken te stoppen, alcoholinname beperken tot 2 E/dg, zoutbeperking en indien overmatig dropgebruik in het spel is, daar dan ook op wijzen. In geval van overgewicht, vaak het geval bij type 2 diabetes, dan afvallen bevorderen. Overigens zijn deze adviezen ook van toepassing bij patiënten met hoge bloeddruk, maar zonder diabetes.
Bij de behandeling met medicijnen kan gekozen worden uit een aantal groepen geneesmiddelen.
1. Plastabletten
Een belangrijk orgaan voor de regeling van de water- en zout-huishouding is de nier. Nadat het bloed door een filter is gegaan wordt een belangrijk deel weer teruggenomen. Het voert te ver om de gehele regulatie uitgebreid te bespreken, maar het komt erop neer, dat pastabletten, die een overmaat aan vocht uitdrijven, de bloeddruk kunnen verlagen. Voor de behandeling van hoge bloeddruk is een lage dosering veelal voldoende.
2. Beta-blokkers
In het hart en de bloedvatwand bevinden zich voellichaampjes, receptoren, die een rol spelen bij de regulatie van de hartactiviteit of de spanning in de bloedvatwand. Chemische stoffen geproduceerd en aanwezig in ons lichaam oefenen via deze receptoren hun werking uit op allerlei organen. Door de voellichaampjes te blokkeren wordt deze werking verhinderd. Bij toepassing van specifieke medicijnen, die de zgn beta-voellichaampjes blokkeren, zal het hartritme trager worden en de bloeddruk zal dalen. Deze middelen heten betablokkers; zij hebben vooral hun waarde bewezen bij de verlaging van de bloeddruk, bij hartklachten, en bij voorkomen van nieuwe klachten na een hartinfarct.
Een bezwaar kan zijn dat deze medicijnen bepaalde symptomen van hypoglycaemie als snelle pols, beven en transpireren kunnen verminderen. Mensen kunnen hun hypo’s soms iets minder goed voelen aankomen. Bij het voorschrijven van deze medicamenten zal dit punt meegewogen moeten worden, maar geldt dat niet voor elk medicijn?
3. ACE-remmers en angiotensine-II-blokkers
Deze stoffen grijpen in op een hormonaal systeem dat zijn invloed uitoefent op de bloeddruk en de water-en-zout-huishouding. Dit hormonaal stelsel bevindt zich met name in de nier, maar ook in de vaatwand. De ACE-remmers blokkeren een bepaald enzym dat een rol speelt bij de vorming van de stof Angiotensine-II die actief de bloedvaten doet samentrekken, en waardoor de bloeddruk stijgt. Angiotensine-II-blokkers blokkeren, zoals de naam al zegt, het effect van reeds aanwezig angiotensine-II. Het gevolg is dat de bloeddruk omlaag gaat. In de nier wordt de druk ook verlaagd, waardoor de hoeveelheid eiwit die gefilterd wordt, vermindert. Dit kan gemeten worden in de urine. Vandaar dat mensen met diabetes, met een verhoogde hoeveelheid van eiwit in de urine, vaak met deze middelen worden behandeld.
4. Calcium antagonisten of Calciuminstroom blokkers
De cellen in ons lichaam zijn voortdurend onderhevig aan het in- en uitstromen van bepaalde electrisch geladen deeltjes, zoals o.a. calciumdeeltjes. Medicijnen die deze calcium stromen gedeeltelijk blokkeren, werken bloeddruk verlagend.
Als bijwerkingen treden soms vochtophoping in de enkels, hoofdpijn en warmtestuwing op. Een groot voordeel is dat deze stoffen geen invloed hebben op de insuline gevoeligheid en de vetstofwisseling. Deze middelen worden ook wel aanbevolen bij ouderen met hoge bloeddruk.
Naast deze groepen zijn er nog meer mogelijkheden om de bloeddruk te verlagen. Het voert te ver al deze middelen te noemen. Belangrijk is dat de bloeddruk verlaagd wordt. De UKPDS heeft dit nogmaals aangetoond. Bij mensen met type 2 diabetes werd zowel met een beta-blokker als met een ACE-remmers een gunstig resultaat bereikt. Maar er kwam nog iets naar voren: met één bloeddruk verlagend geneesmiddel is het vrijwel niet mogelijk om een goed resultaat te bereiken en combinatie van middelen uit diverse groepen zal dus noodzakelijk zijn.
| Volgende > |
|---|