vrijdag, juli 25, 2014
   
Text Size
23
Feb
2006

Intensieve insuline therapie

Iemand met insuline-afhankelijke diabetes mellitus moet zich dagelijks insuline toe dienen. De meeste flexibiliteit krijgt men met een schema van snelwerkende insuline vóór de hoofdmaaltijden, en langwerkende insuline voor het slapen gaan.

Nog te vaak worden in de behandeling mengsels van kortwerkende insuline en langwerkende insuline toegediend, 2 maal per dag voor ontbijt en avondeten. Dit schema geeft weinig vrijheid: wanneer men 's ochtends iets extra wil eten, en daarom wat extra insuline spuit, wordt bij gebruik van een mengsel meer kortwerkende insuline, maar ook meer langwerkende insuline toegediend. Dit kan later op de dag aanleiding geven tot te lage bloedglucose waarden. Een 2x daags schema is dus weinig flexibel.

Meer flexibiliteit krijgt men wanneer vaker kleinere hoeveelheden insuline worden toegediend, met name wanneer het gaat om kortwerkende insuline. Men kan dan meer variëren, en inspelen op wisselende omstandigheden.

Behalve streven naar een zo normaal mogelijk leven probeert iemand met diabetes zijn bloedglucose gehalte zo goed mogelijk te reguleren. Diabetes mellitus kan immers op langere termijn gepaard gaan met complicaties in de vorm van beschadigingen van diverse organen. Dit geldt voor alle typen van diabetes, zowel type 1 als type 2 diabetes.

Een belangrijke factor bij het ontstaan van deze complicaties en de snelheid waarmee zij verergeren is hoe goed de diabetes is ingesteld.

 

De normale situatie nabootsen

Bij iedere maaltijd zal de alvleesklier een hoeveelheid insuline aan het bloed afgeven, voldoende om de bloedglucosespiegel binnen normale grenzen te houden. Daarnaast werkt de alvleesklier gedurende de gehele dag en nacht op een laag pitje, om steeds een geringe hoeveelheid insuline in het bloed aanwezig te houden.

Om dit bij mensen zo goed mogelijk na te bootsen wordt een zgn. basaal/prandiaal regime toegepast. Dit schema, ook wel het "penregime" genoemd, bestaat uit:
1. een injectie kortwerkende insuline, welke voor iedere maaltijd wordt toegediend; deze insuline injectie dient om de koolhydraten te verwerken, die met iedere maaltijd worden genuttigd.
2. een injectie langwerkende insuline, welke voor het slapen gaan wordt toegediend; deze geeft de basis insuline, de hoeveelheid die nodig is om gedurende de gehele dag een geringe hoeveelheid insuline in het bloed te hebben.


Het basaal / prandiaal regime

Met een basaal/prandiaal insuline regime wordt de normale situatie wordt zo nauwkeurig mogelijk nagebootst, insuline injecties en maaltijden worden nauwkeurig op elkaar afgestemd. Dit houdt de volgende voordelen in:
1. Het tijdstip van de maaltijd kan variëren: een uurtje later eten? dan ook later spuiten!
2. De grootte van de maaltijd kan variëren: iets meer eten? dan ook iets meer spuiten!
3. Men kan gemakkelijker uitslapen: later opstaan? dan ook later spuiten en later ontbijten!
4. 's Avonds laat nog een stukje pizza? dat kan, maar dan wat extra kortwerkende insuline spuiten

Let wel: een intensieve insuline behandeling dient vooral om een betere instelling van de diabetes te bereiken, dus een kleinere kans op het krijgen van complicaties. Het geeft geen vrijbrief voor ongebreideld extra eten en snoepen.

Een basaal/prandiaal regime heeft ook nadelen. Zeker in het begin moet men iets vaker het bloedglucose gehalte controleren, om te zien hoe de diabetes is ingesteld, en hoe men op een verandering heeft gereageerd (bv. na uit eten gaan). Er is een iets grotere kans op hypoglycemieën, niet zozeer door het injectie schema, maar doordat de diabetes beter is ingesteld. Men moet 4x per dag i.p.v. 2x een injectie toedienen; echter, met de huidige insulinepennen en zeer dunne naaldjes is dit echter nauwelijks een probleem.

Doseren van insuline

De totale dagdosis wordt als volgt geschat:
1. basale insuline: 25-40% van de dagdosis wordt in de vorm van langwerkende insuline (InsulatardR) voor het slapen gaan toegediend
2. kortwerkende insuline: de verdeling van de hoeveelheid insuline hangt altijd af van iemands dagelijkse werkzaamheden of bezigheden, de grootte van de maaltijden, etc.: als richtlijn kan gelden: 25-40% voor het ontbijt; 15-25% voor de lunch; 20-45% voor het avondeten.
Deze getallen zijn niet meer dan een richtlijn. Bijstelling dient te gebeuren op grond van de bloedglucose waarden, die men meet.

De plaats van de insuline injectie

Men kan op diverse plaatsen de insuline toedienen. Bij een intensief regime zal de kortwerkende insuline snel in het bloed beschikbaar, en werkzaam moeten zijn. Het ligt dan ook voor de hand om de kortwerkende insuline in te spuiten op een plaats, van waaruit de insuline snel in het bloed wordt opgenomen: de buik. De langwerkende insuline, die voor het slapen gaan wordt toegediend, dient als basis, en dient dus langzaam en geleidelijk in het bloed te worden opgenomen; voorkeurs plaats om deze insuline te injecteren zijn de bovenbenen. Soms kan het verstandig zijn om op een andere plaats de insuline toe te dienen. De behandelend specialist zal richtlijnen dienaangaande kunnen bespreken.

Dosis aanpassing

Op grond van de gemeten bloedglucose spiegels wordt de insuline dosering als volgt aangepast:
1. de basale insuline: de dosis wordt veranderd op grond van de nuchtere bloedglucose waarde. Hierbij dient men op te passen dat de bloedglucose spiegel in de loop van de nacht soms niet te laag wordt
2. de kortwerkende insuline: de dosis wordt aangepast op grond van de bloedglucose waarden voor de volgende maaltijd, dan wel de bloedglucose waarde voor het slapen gaan. De dosis kan variëren afhankelijk van de grootte en de samenstelling van de maaltijd, lichamelijke inspanning, etc.

Andere omstandigheden

Zoals in de inleiding reeds is vermeld, kan met een intensief behandelings regime de insuline toediening en het tijdstip van de injectie worden gevariëerd, bv. bij sport, uit eten gaan, uitslapen, een feestje, etc. Het is niet mogelijk om voor iedere situatie een pasklaar advies te geven hoe de insuline toediening dient te worden aangepast. Het is altijd verstandig om dit soort situaties te bespreken met de behandelend specialist.

Wanneer iemand met diabetes ziek is, moet hij of zij de insuline altijd blijven gebruiken. Meestal moet men dezelfde hoeveelheid insuline toedienen, ook als niet wordt gegeten. Bij ziekte is immers meer insuline nodig om het bloedglucose gehalte stabiel te houden.

Bij een intensief regime kan men eenvoudig met kortwerkende insuline de diabetes in de hand houden. Verdeel de voeding die u gebruikt over de dag; lukt het niet om te eten, tracht dan om voldoende koolhydraten binnen te krijgen in de vorm van vruchtensappen etc. Spuit uw normale hoeveelheid kortwerkende insuline, en verhoog de dosis eventueel op grond van de gemeten bloedglucose waarden. Overleg in twijfelgevallen altijd met uw behandelend specialist!

Hypoglycemieën

Bij een scherpe instelling neemt de kans op het krijgen van een hypoglycemie toe. De marge tussen de dagelijkse bloedglucose waarden en hypoglycemie is immers klein.

Hieraan moet worden toegevoegd dat de aard van de specifieke hypo klachten nogal eens verandert bij zeer scherpe regulatie. Ook weten we dat, wanneer iemand net een hypoglycemie heeft gehad, hij of zij de volgende hypo minder goed voelt aankomen. Regelmatige zelfcontrole van het bloedglucose gehalte, en aanpassing van insuline dosering, maaltijden en lichamelijke inspanning zijn belangrijk. Naast regelmatige contacten met en educatie door de behandelende internist en diabetesverpleegkundige zijn daarnaast contacten en het uitwisselen van ervaringen met mede-diabeten onontbeerlijk.

Voorwaarden intensieve behandeling

Een intensief behandelingsregime is geschikt voor iedereen! Men moet wel beschikken over voldoende en goede materialen voor zelfcontrole en injecteren van de insuline. Hieronder verstaan we een elektronische bloedglucosemeter, om adequaat en precies de bloedglucosespiegel te meten, en injectiemateriaal, dat comfortabel is en gemakkelijk en kort te gebruiken, de insulinepen. Maar, hiermee zijn we er nog niet. Alleen maar meten en prikken vormt geen basis, men moet leren door zelfregulatie een zo goed mogelijke instelling te bereiken. Educatie staat dus centraal!! Goed gemotiveerd zijn is van het grootste belang om dit doel te halen, een goede regulatie komt niet zo maar aanwaaien.

Frequent overleg met de behandelend specialist, de diabetesverpleegkundige en de diëtist is dan ook noodzakelijk. Contact met andere mensen met diabetes kan tal van tips en suggesties opleveren.

AddThis Social Bookmark Button

ZOEKEN OP DEZE SITE

McAfee SECURE-sites bieden bescherming tegen identiteitsdiefstal, creditcardfraude, spyware, spam, virussen en online oplichting