donderdag, april 24, 2014
   
Text Size
23
Feb
2006

Mix insulines

Veel mensen met diabetes injecteren elke dag insuline. De ene persoon kiest voor een intensief insulineschema, wat wil zeggen vier- tot vijfmaal daags injecteren. De andere geeft de voorkeur aan een insulinemix die tweemaal daags toegediend moet worden.

Aan iedere keuze zijn voor- en nadelen verbonden. Daarom is het belangrijk te weten waarvoor u kiest. Dit kan helpen bij het vinden van de insulinetherapie die het beste past bij uw levensstijl. Dit is overigens geen simpele keuze, want het aantal insulinesoorten is talrijk. Met behulp van dr. Frits Holleman, internist in opleiding in het Academisch Medisch Centrum Amsterdam, spitsen we ons in dit artikel toe op de analoge insulinemixen. Maar voordat we zover zijn eerst wat achtergrondinformatie.

Ieder mens, met of zonder diabetes, heeft insuline nodig. Insuline zorgt ervoor dat glucose (enkelvoudige suiker) uit het bloed wordt opgenomen in de cellen van de lever, de spiercellen of de vetcellen. De meeste glucose komt in het bloed terecht door het eten van voedsel. Na het eten hebben we dus een extra hoeveelheid insuline nodig. Daarnaast produceert de lever constant een klein beetje glucose, waardoor het lichaam ook continu een basis hoeveelheid insuline (de basale behoefte) nodig heeft. Welnu, bij iemand met type 1 diabetes produceert het lichaam geen insuline meer. Bij type 2 diabetes zijn de cellen minder gevoelig voor insuline. Zonder insuline kunnen we niet leven. Daarom dienen mensen met diabetes zichzelf op een kunstmatige manier insuline toe. Hierbij laten we de mensen die type 2 diabetes hebben en hiervoor tabletten gebruiken, even buiten beschouwing. Om de glucosestijging in het bloed goed op te kunnen vangen, hebben mensen met diabetes feitelijk twee soorten insuline nodig. Kortwerkende insuline om de glucosepieken na het eten op te vangen en langwerkende insuline om ervoor te zorgen dat de constante hoeveelheid glucose die de lever produceert, uit het bloed wordt verwijderd.

 

De natuur nabootsen

Mensen met diabetes kunnen op verschillende manieren in hun insulinebehoefte voorzien. Een mogelijkheid is een intensief insuline schema. Hierbij injecteert men doorgaans driekeer daags kortwerkende insuline vlak voor de maaltijd en éénmaal daags langwerkende insuline voor het slapengaan. Dr. Holleman: ’Een intensief insulineschema benadert het meest de natuurlijke situatie. Dit geniet mijn inziens absoluut de voorkeur. Hoe meer je erin slaagt de natuurlijke situatie na te bootsen, des te beter zal je regulatie zijn. Een goede regulatie is vooral belangrijk met het oog op het voorkómen van complicaties. Bovendien kunnen mensen met een intensieve therapie hun insuline afstemmen op hun levenswijze in plaats van andersom. Ze hebben dus meer vrijheid. Als ze een maaltijd overslaan, slaan ze een injectie over. Eten ze wat meer, dan spuiten ze wat extra insuline.’

 

Twee in één

Een andere manier om de insulinebehoefte op te vangen is het gebruik van insulinemixen. In een insulinemix zit kort- en langwerkende insuline verwerkt. Mensen die een insulinemix gebruiken, injecteren meestal tweemaal daags, ’s ochtends voor het ontbijt en ’s avonds voor de avondmaaltijd. De kortwerkende insuline vangt dan de glucosepiek op na de maaltijden en de langwerkende insuline voorziet in de basale behoefte. Holleman: ’Kort en langwerkende insuline zijn eigenlijk hetzelfde. Aan de langwerkende insuline is echter een eiwit (protamine) toegevoegd dat ervoor zorgt dat de insuline langzaam wordt opgenomen in het bloed. Nu zitten in een mix dus zowel op zichzelf staande insulinemoleculen verwerkt als insulinemoleculen die gekoppeld zijn aan een eiwit, bijvoorbeeld in de verhouding 30/70. Deze kortwerkende en langwerkende insuline komen uit dezelfde penfill. Insulinemixen worden dikwijls tweemaal daags toegediend: voor het ontbijt en voor het avondeten. Dit betekent dat er voor de lunch geen extra insuline wordt toegediend, met als gevolg dat mensen die tweemaal daags een insulinemix gebruiken, na de lunch vaak een glucosepiek hebben.’

 

Intensief of mix?

‘In de praktijk stel ik altijd eerst een intensief insulineschema voor’, zegt Holleman. ’Gezien de voordelen hiervan, mag je deze mogelijkheid de mensen niet onthouden. Is dit niet haalbaar dan is een insulinemix een goed alternatief. De insulinemixen zijn geschikt voor mensen die niet vierkeer daags willen of kunnen spuiten. Bijvoorbeeld ouderen met vaak type 2 diabetes, die voor hun injecties nogal eens zijn aangewezen op verpleegkundigen. Daarnaast is het soms een oplossing bij schoolgaande kinderen. Ook kan het uitkomst bieden voor geestelijk gehandicapten met diabetes. Dan zijn er nog mensen die het viermaal daags injecteren van insuline te belastend vinden en daarom kiezen voor tweemaal daags een insulinemix.’

 

De analoge mix

Vóór 1996 werd voornamelijk humane (menselijk) insuline gebruikt. Veel langer geleden waren dit runder- en varkensinsuline. Sinds1996 neemt het gebruik van analoge insuline toe. Tot voor kort zaten deze zogeheten analogen alleen in kortwerkende insuline (NovoRapid en Humalog). Tegenwoordig zijn ze ook verwerkt in de insulinemixen (NovoMix 30 en Humalog Mix). Wat is nu het verschil tussen humane en analoge insuline? Holleman: ’Humane insuline is identiek aan menselijke insuline. Mensen die insuline toedienen met een insulinepen, spuiten dit onderhuids. Bij mensen die geen diabetes hebben, komt de insuline rechtstreeks vanuit de alvleesklier in het bloed terecht. De onderhuidse toediening werkt vertragend op de opname. Daarom zou iemand die humane insuline spuit eigenlijk een half uur moeten wachten voordat hij of zij kan gaan eten. Bovendien werkt de insuline wel vijf à zes uur door, vanwege die langzame opname. Daarom moeten mensen die deze insuline gebruiken vaak omstreeks 11.00 uur in de ochtend een tussendoortje eten. ’Analoge insuline wordt kunstmatig gemaakt’, gaat Holleman verder. ’Het is speciaal ontwikkeld voor subcutane toediening. Een gevolg hiervan is dat analoge insuline snel wordt opgenomen en ook relatief snel, na ongeveer vier tot vijf uur, weer is uitgewerkt. Mensen die analoge insuline, al dan niet verwerkt in mixen, gebruiken kunnen direct na het injecteren gaan eten en hoeven dus niet meer een half uur te wachten. Omdat de opname sneller verloopt, zie je ook een hogere insulinepiek na één uur. Hierdoor zijn de bloedglucosewaarden vlak na de maaltijd (post prandiaal) gemiddeld beter dan bij mensen die humane insuline gebruiken. Omdat analogen sneller zijn uitgewerkt, kunnen mensen bovendien hun verplichte tussendoortje om 11.00 uur ’s ochtends laten staan en dat is een voordeel, met het oog op overgewicht. Ook zie je wat minder hypo’s bij mensen die analoge insuline gebruiken.’ ’Analogen zijn een vooruitgang in de behandeling van diabetes. Het is nog wat vroeg om precies te zeggen hoe dit uitpakt nu ze verwerkt zijn in insulinemixen, maar ik durf met voorzichtigheid te zeggen dat analoge insulinemixen de voorkeur genieten boven humane insulinemixen.’

 

Humane insulinemix

Injecteren half uur voor de maaltijd;
Werking kortwerkende component wordt uitgestrekt over circa zes uur;
Drie uur na het injecteren een tussendoortje nuttigen om hypo te voorkomen.

 

Analoge insulinemix

Injecteren vlak voor de maaltijd;
Insulinepiek één uur na injectie;
Werking kortwerkende component na circa vier uur uitgewerkt;
Tussendoortje drie uur na injectie kan vervallen.

 

Bron: Bloedsuiker<10, 2002, auteur: Irene Seignette

 

 

AddThis Social Bookmark Button
   
23
Feb
2006

Lantus insuline

LANTUS® (insuline glargine) is een langwerkend insuline analoog. LANTUS® wordt geproduceerd door middel van recombinant DNA technologie met behulp van een niet-pathogene laboratorium soort van de Escherichia coli (K12) bacterie.

Bij insuline glargine is het aminozuur asparagine op de positie A21 vervangen door glycine, en twee arginines zijn toegevoegd aan het C-uiteinde van de B-keten. Chemisch is het 21A-Gly-30Ba-L-Arg-30Bb-L-Arg-humane insuline; het heeft de empirische formula C267H404N72O78S6 en een moleculair gewicht van 6063. De structuur ziet er als volgt uit:

 

LANTUS® insuline is sinds 2002 in Nederland beschikbaar. Door zijn stabiele werking over 24 uur is LANTUS® een prima insuline zijn voor mensen met type 1 en met type 2 diabetes die behandeld worden met een multipel injectie regime. Vooral kan het een uitkomst zijn voor mensen met sterk wisselende nuchtere bloedglucose waarden, of met hoge nuchtere bloedglucose spiegels ondanks goede waarden 's nachts (Dawn fenomeen).

FARMACOLOGIE

Insuline glargine is een humaan insuline analoog dat zo geconstrueerd is dat het bij een neutrale pH een lage oplosbaarheid bezit. Bij een pH van 4, zoals LANTUS® in oplossing voorkomt, is het volledig oplosbaar. Na een onderhuidse injectie wordt de zure oplossing geneutraliseerd, hetgeen leidt tot de vorming van micro-neerslagen. Hieruit worden kleine hoeveelheden gedurende een periode van ruim 24 uur in het bloed opgenomen, in een constant tempo. Dit opnameprofiel is bij uitstek geschikt voor een basale insuline met een stabiele werking over 24 uur.

 

In klinisch onderzoek begon de werking van LANTUS® iets later dan gewone NPH-insuline. Het effect profiel van LANTUS® was relatief stabiel zonder een duidelijke piek in de werking, en het effect op de bloedglucose hield langer aan dan dat van NPH insuline. Figuur 1 toont de resultaten van een onderzoek dat verricht werd bij personen met type 1 diabetes; zij werden gevolgd gedurende 24 uur na een onderhuidse injectie van LANTUS®. De gemiddelde werkingsduur van NPH insuline was 14.5 uur (variërend van 9.5 tot 19.3 uur in de verschillende patiënten), en van LANTUS® was die gemiddeld 24 uur (variërend van 10.8 tot langer dan 24 uur). De werkingsduur is nagenoeg identiek, wanneer insuline glargine wordt toegediend in de buik, de arm of het bovenbeen.

KLINISCHE STUDIES

De veiligheid en effectiviteit van insuline glargine toegediend éénmaal daags voor het slapen gaan werd vergeleken met die van éénmaal daags en tweemaal daags NPH humane insuline in een open-label, gerandomiseerde, parallelle studie bij 2327 volwassenen en 349 kinderen met type 1 diabetes mellitus, en bij 1563 volwassenen met type 2 diabetes mellitus (zie tabellen 1-3). Over het algemeen werd met LANTUS® een metabole regulatie bereikt die gelijk was aan die met NPH insuline, afgemeten aan het HbA1c gehalte. Het aantal hypoglycemieën verschilde niet tussen LANTUS® en NPH insuline.

Studies A en B betroffen onderzoeken bij patiënten met type 1 diabetes (Studie A; 585 patiënten, studie B; 534 patiënten) werden behandeld in een basaal-bolus regime hetzij LANTUS® éénmaal daags hetzij met NPH insuline éénmaal of tweemaal daags, gedurende 28 weken. Snelwerkende insuline werd toegediend voor elke maaltijd. LANTUS® werd toegediend voor het slapen gaan. NPH insuline werd toegediend éénmaal daags voor het slapen gaan, of tweemaal daags in de ochtend en voor het slapen gaan.

In studie C werden patiënten met type 1 diabetes (619 personen) gedurende 16 weken behandeld met een basaal-bolus insuline regime waarbij insuline lispro (HumalogR) werd gebruikt voor iedere maaltijd. LANTUS® werd toegediend voor het slapen gaan. NPH insuline werd toegediend éénmaal daags voor het slapen gaan, of tweemaal daags in de ochtend en voor het slapen gaan.

In deze studies hadden LANTUS® en NPH insuline een vergelijkbaar effect op HbA1c met een gelijke frequentie van hypoglycemieën.

In studie D werden kinderen tussen 6 and 15 jaar met type 1 diabetes (349 patiënten) gedurende 28 weken behandeld met een basaal-bolus insuline regime waarbij snelwerkende insuline voor de maaltijd werd toegediend. LANTUS® werd toegediend voor het slapen gaan. NPH insuline werd toegediend éénmaal daags voor het slapen gaan, of tweemaal daags in de ochtend en voor het slapen gaan.

Ook in deze studie hadden LANTUS® en NPH insuline een vergelijkbaar effect op HbA1c met een gelijke frequentie van hypoglycemieën.


Type 2 Diabetes ­ volwassenen.

In studie E, met 570 patiënten, werd LANTUS® beoordeeld gedurende een periode van een jaar als onderdeel van een combinatie behandeling met orale bloedglucose verlagende middelen (een sulfonylureum, metformine, acarbose, of combinaties hiervan). LANTUS® werd toegediend voor het slapen gaan, en was even effectief op nuchtere bloedglucose en HbA1c.

In studie F gebruikten mensen met type 2 diabetes (518 personen) een basaal-bolus regime van LANTUS® éénmaal daags voor het slapen gaan of NPH insuline 1x of 2x daags, gedurende een periode van 28 weken. Snelwerkende insuline werd gebruikt voor iedere maaltijd.  Ook in deze studie waren de effecten van LANTUS® en NPH insuline op nuchtere bloedglucose en HbA1c gelijk.

 

INDICATIES EN GEBRUIK

LANTUS® wordt gebruikt voor éénmaal daagse onderhuidse toediening voor het slapen gaan in de behandeling van patiënten met type 1 diabetes mellitus of type 2 diabetes mellitus die een basale langwerkende insuline nodig hebben om hun diabetes te reguleren.

CONTRAINDICATIES

LANTUS® mag niet gebruikt worden bij patiënten die overgevoelig zijn voor insuline glargine of één van zijn bestanddelen.

VOORZORGEN

LANTUS® is niet bedoeld voor intraveneuze toediening. De verlengde werking is afhankelijk van de onderhuidse toediening. Intraveneuze toediening van de normaal onderhuids toe te dienen dosering kan resulteren in ernstige hypoglycemie.

LANTUS® mag niet verdund worden en evenmin gemengd met andere insulines of andere oplossingen.

Het tijdsprofiel van de werking van LANTUS® kan van persoon tot persoon variëren of binnen dezelfde persoon van injectie tot injectie. De snelheid van opname uit het onderhuidse weefsel hangt af van de huiddoorbloeding, de omgevingstemperatuur, en eventuele lichamelijke inspanning.

Zoals met alle insulines en insuline soorten kan behandeling met LANTUS® gepaard gaan met hypoglycemieën.


De diverse studies geven aan dat LANTUS® even effectief was als NPH insuline. Echter, in deze studies is de effectiviteit onderzocht in verder stabiel gereguleerde patiënten. Zoals in de inleiding gemeld, verwachten wij dat LANTUS® een prima insuline kan zijn voor mensen met type 1 en met type 2 diabetes die behandeld worden met een multipel injectie regime. Vooral kan het een uitkomst zijn voor mensen met sterk wisselende nuchtere bloedglucose waarden, of met hoge nuchtere bloedglucose spiegels ondanks goede waarden 's nachts (Dawn fenomeen).

Bovenstaande informatie is deels afkomstig van de website van
Aventis Pharmaceuticals Inc., Kansas City, MO 64137 USA
en aangepast en vertaald naar de Nederlandse situatie.

De mening over LANTUS® is die van de auteur, en niet die van Sanofi-Aventis Nederland.

Voor meer informatie: vraag uw behandelend specialist, of bekijk de website van Aventis: http://www.LANTUS®.com/information/about/index.html

AddThis Social Bookmark Button
   
23
Feb
2006

Intensieve insuline therapie

Iemand met insuline-afhankelijke diabetes mellitus moet zich dagelijks insuline toe dienen. De meeste flexibiliteit krijgt men met een schema van snelwerkende insuline vóór de hoofdmaaltijden, en langwerkende insuline voor het slapen gaan.

Nog te vaak worden in de behandeling mengsels van kortwerkende insuline en langwerkende insuline toegediend, 2 maal per dag voor ontbijt en avondeten. Dit schema geeft weinig vrijheid: wanneer men 's ochtends iets extra wil eten, en daarom wat extra insuline spuit, wordt bij gebruik van een mengsel meer kortwerkende insuline, maar ook meer langwerkende insuline toegediend. Dit kan later op de dag aanleiding geven tot te lage bloedglucose waarden. Een 2x daags schema is dus weinig flexibel.

Meer flexibiliteit krijgt men wanneer vaker kleinere hoeveelheden insuline worden toegediend, met name wanneer het gaat om kortwerkende insuline. Men kan dan meer variëren, en inspelen op wisselende omstandigheden.

Behalve streven naar een zo normaal mogelijk leven probeert iemand met diabetes zijn bloedglucose gehalte zo goed mogelijk te reguleren. Diabetes mellitus kan immers op langere termijn gepaard gaan met complicaties in de vorm van beschadigingen van diverse organen. Dit geldt voor alle typen van diabetes, zowel type 1 als type 2 diabetes.

Een belangrijke factor bij het ontstaan van deze complicaties en de snelheid waarmee zij verergeren is hoe goed de diabetes is ingesteld.

 

De normale situatie nabootsen

Bij iedere maaltijd zal de alvleesklier een hoeveelheid insuline aan het bloed afgeven, voldoende om de bloedglucosespiegel binnen normale grenzen te houden. Daarnaast werkt de alvleesklier gedurende de gehele dag en nacht op een laag pitje, om steeds een geringe hoeveelheid insuline in het bloed aanwezig te houden.

Om dit bij mensen zo goed mogelijk na te bootsen wordt een zgn. basaal/prandiaal regime toegepast. Dit schema, ook wel het "penregime" genoemd, bestaat uit:
1. een injectie kortwerkende insuline, welke voor iedere maaltijd wordt toegediend; deze insuline injectie dient om de koolhydraten te verwerken, die met iedere maaltijd worden genuttigd.
2. een injectie langwerkende insuline, welke voor het slapen gaan wordt toegediend; deze geeft de basis insuline, de hoeveelheid die nodig is om gedurende de gehele dag een geringe hoeveelheid insuline in het bloed te hebben.


Het basaal / prandiaal regime

Met een basaal/prandiaal insuline regime wordt de normale situatie wordt zo nauwkeurig mogelijk nagebootst, insuline injecties en maaltijden worden nauwkeurig op elkaar afgestemd. Dit houdt de volgende voordelen in:
1. Het tijdstip van de maaltijd kan variëren: een uurtje later eten? dan ook later spuiten!
2. De grootte van de maaltijd kan variëren: iets meer eten? dan ook iets meer spuiten!
3. Men kan gemakkelijker uitslapen: later opstaan? dan ook later spuiten en later ontbijten!
4. 's Avonds laat nog een stukje pizza? dat kan, maar dan wat extra kortwerkende insuline spuiten

Let wel: een intensieve insuline behandeling dient vooral om een betere instelling van de diabetes te bereiken, dus een kleinere kans op het krijgen van complicaties. Het geeft geen vrijbrief voor ongebreideld extra eten en snoepen.

Een basaal/prandiaal regime heeft ook nadelen. Zeker in het begin moet men iets vaker het bloedglucose gehalte controleren, om te zien hoe de diabetes is ingesteld, en hoe men op een verandering heeft gereageerd (bv. na uit eten gaan). Er is een iets grotere kans op hypoglycemieën, niet zozeer door het injectie schema, maar doordat de diabetes beter is ingesteld. Men moet 4x per dag i.p.v. 2x een injectie toedienen; echter, met de huidige insulinepennen en zeer dunne naaldjes is dit echter nauwelijks een probleem.

Doseren van insuline

De totale dagdosis wordt als volgt geschat:
1. basale insuline: 25-40% van de dagdosis wordt in de vorm van langwerkende insuline (InsulatardR) voor het slapen gaan toegediend
2. kortwerkende insuline: de verdeling van de hoeveelheid insuline hangt altijd af van iemands dagelijkse werkzaamheden of bezigheden, de grootte van de maaltijden, etc.: als richtlijn kan gelden: 25-40% voor het ontbijt; 15-25% voor de lunch; 20-45% voor het avondeten.
Deze getallen zijn niet meer dan een richtlijn. Bijstelling dient te gebeuren op grond van de bloedglucose waarden, die men meet.

De plaats van de insuline injectie

Men kan op diverse plaatsen de insuline toedienen. Bij een intensief regime zal de kortwerkende insuline snel in het bloed beschikbaar, en werkzaam moeten zijn. Het ligt dan ook voor de hand om de kortwerkende insuline in te spuiten op een plaats, van waaruit de insuline snel in het bloed wordt opgenomen: de buik. De langwerkende insuline, die voor het slapen gaan wordt toegediend, dient als basis, en dient dus langzaam en geleidelijk in het bloed te worden opgenomen; voorkeurs plaats om deze insuline te injecteren zijn de bovenbenen. Soms kan het verstandig zijn om op een andere plaats de insuline toe te dienen. De behandelend specialist zal richtlijnen dienaangaande kunnen bespreken.

Dosis aanpassing

Op grond van de gemeten bloedglucose spiegels wordt de insuline dosering als volgt aangepast:
1. de basale insuline: de dosis wordt veranderd op grond van de nuchtere bloedglucose waarde. Hierbij dient men op te passen dat de bloedglucose spiegel in de loop van de nacht soms niet te laag wordt
2. de kortwerkende insuline: de dosis wordt aangepast op grond van de bloedglucose waarden voor de volgende maaltijd, dan wel de bloedglucose waarde voor het slapen gaan. De dosis kan variëren afhankelijk van de grootte en de samenstelling van de maaltijd, lichamelijke inspanning, etc.

Andere omstandigheden

Zoals in de inleiding reeds is vermeld, kan met een intensief behandelings regime de insuline toediening en het tijdstip van de injectie worden gevariëerd, bv. bij sport, uit eten gaan, uitslapen, een feestje, etc. Het is niet mogelijk om voor iedere situatie een pasklaar advies te geven hoe de insuline toediening dient te worden aangepast. Het is altijd verstandig om dit soort situaties te bespreken met de behandelend specialist.

Wanneer iemand met diabetes ziek is, moet hij of zij de insuline altijd blijven gebruiken. Meestal moet men dezelfde hoeveelheid insuline toedienen, ook als niet wordt gegeten. Bij ziekte is immers meer insuline nodig om het bloedglucose gehalte stabiel te houden.

Bij een intensief regime kan men eenvoudig met kortwerkende insuline de diabetes in de hand houden. Verdeel de voeding die u gebruikt over de dag; lukt het niet om te eten, tracht dan om voldoende koolhydraten binnen te krijgen in de vorm van vruchtensappen etc. Spuit uw normale hoeveelheid kortwerkende insuline, en verhoog de dosis eventueel op grond van de gemeten bloedglucose waarden. Overleg in twijfelgevallen altijd met uw behandelend specialist!

Hypoglycemieën

Bij een scherpe instelling neemt de kans op het krijgen van een hypoglycemie toe. De marge tussen de dagelijkse bloedglucose waarden en hypoglycemie is immers klein.

Hieraan moet worden toegevoegd dat de aard van de specifieke hypo klachten nogal eens verandert bij zeer scherpe regulatie. Ook weten we dat, wanneer iemand net een hypoglycemie heeft gehad, hij of zij de volgende hypo minder goed voelt aankomen. Regelmatige zelfcontrole van het bloedglucose gehalte, en aanpassing van insuline dosering, maaltijden en lichamelijke inspanning zijn belangrijk. Naast regelmatige contacten met en educatie door de behandelende internist en diabetesverpleegkundige zijn daarnaast contacten en het uitwisselen van ervaringen met mede-diabeten onontbeerlijk.

Voorwaarden intensieve behandeling

Een intensief behandelingsregime is geschikt voor iedereen! Men moet wel beschikken over voldoende en goede materialen voor zelfcontrole en injecteren van de insuline. Hieronder verstaan we een elektronische bloedglucosemeter, om adequaat en precies de bloedglucosespiegel te meten, en injectiemateriaal, dat comfortabel is en gemakkelijk en kort te gebruiken, de insulinepen. Maar, hiermee zijn we er nog niet. Alleen maar meten en prikken vormt geen basis, men moet leren door zelfregulatie een zo goed mogelijke instelling te bereiken. Educatie staat dus centraal!! Goed gemotiveerd zijn is van het grootste belang om dit doel te halen, een goede regulatie komt niet zo maar aanwaaien.

Frequent overleg met de behandelend specialist, de diabetesverpleegkundige en de diëtist is dan ook noodzakelijk. Contact met andere mensen met diabetes kan tal van tips en suggesties opleveren.

AddThis Social Bookmark Button
   

ZOEKEN OP DEZE SITE

McAfee SECURE-sites bieden bescherming tegen identiteitsdiefstal, creditcardfraude, spyware, spam, virussen en online oplichting