vrijdag, juli 30, 2010
   
Text Size

Voeding bij diabetes

Goede voeding voorziet in alle voor het lichaam noodzakelijke voedingsstoffen, in de juiste verhouding en in de juiste hoeveelheid. De behoefte aan voedingsstoffen en energie is voor iedereen verschillend. Deze behoefte hangt onder andere af van iemand's leeftijd, geslacht, gezondheidstoestand en de lichamelijke activiteiten die dagelijks worden verricht.

Bij mensen met diabetes mellitus wordt extra aandacht besteed aan:

  • doelmatige verdeling van koolhydraten
  • voldoende gebruik van oplosbare voedingsvezels
  • beperken van de inname van verzadigd vet
  • voedingsmaatregelen bij hypoglykemie.

Onze dagelijkse voeding bestaat uit:

  • koolhydraten
  • eiwitten
  • vetten
  • vitamines en mineralen.

De voedingsmiddelen die wij eten, leveren ons de noodzakelijke voedingsstoffen. Belangrijk hierin zijn de koolhydraten. De term 'Koolhydraten' is een verzamelnaam voor stoffen zoals zetmeel en verschillende soorten suiker. Koolhydraten zijn opgebouwd uit ketens van glucose. Bij de vertering van koolhydraten worden deze ketens gesplitst in 'losse' glucosedeeltjes. Uiteindelijk worden alle koolhydraten in de darm afgebroken tot glucose en vervolgens opgenomen in het bloed. Na het eten van koolhydraatbevattende voedingsmiddelen stijgt het glucosegehalte in het bloed.

Producten, die koolhydraten bevatten zijn:

  • brood 
  • aardappelen, rijst, peulvruchten en pasta's
  • groente
  • fruit en vruchtensap (van vruchtensuiker)
  • melk, melkproducten (melksuiker)
  • rietsuiker, honing, jam, limonade, siroop, frisdrank
  • koek en gebak (zetmeel en suiker).

 

Suiker en suikerbevattende producten kunnen gewoon deel uit maken van de voeding. Het gebruiken van 'suikervrije producten voor diabetici' is niet nodig. Ook na deze producten zullen de bloedglucosewaarden stijgen, en bovendien bevatten deze producten vaak veel verborgen vet. Suiker geeft een zoete smaak aan gerechten en is een voedingsmiddel dat alleen energie levert. Suiker bevat geen andere waardevolle voedingsstoffen.

De kunstmatige zoetstoffen in light-frisdranken en 'zoetjes' die geen energie (=calorieën) en koolhydraten leveren kunnen een hulpmiddel zijn bij afvallen. Zij zijn bovendien gemakkelijk in de dagelijkse voeding in te passen omdat zij geen invloed hebben op de bloedglucosewaarden.

 

Vetten in de voeding

Een deel van de energie die dagelijks nodig is om te kunnen functioneren is afkomstig uit de vetten. Met name bij diabetes is de hoeveelheid vet en het soort vet dat wordt gebruikt van belang. Verhoogde vetspiegels in het bloed (o.a. cholesterol en triglyceriden) geven een grotere kans op het ontstaan van hart- en vaataandoeningen. In de voeding komen vetachtige stoffen en verschillende soorten vet voor zoals cholesterol, verzadigd vet en onverzadigd vet.

  • Cholesterol is een vetachtige stof, die het lichaam nodig heeft. Het lichaam kan zelf voldoende cholesterol aanmaken. Dierlijk vet is rijk aan cholesterol.
  • Verzadigd vet stimuleert de aanmaak van cholesterol in het lichaam en verhoogt dus het cholesterol gehalte van het bloed. Rijk aan verzadigd vet, en dus ongezodn, zijn hard frituurvet (dierlijk en plantaardig), margarine, roomboter, vet, vlees, vette vleeswaren (worst, pastei, paté), volle melkproducten, room, volvette kaas, koekjes, gebak, chocolade en snacks.
  • Zowel enkelvoudig onverzadigd vet, als meervoudig onverzadigd vet, helpen de bloedcholesterolspiegels te verlagen of laag te houden. Rijk aan meervoudig onverzadigde vetten zijn sojaolie, zonnebloemolie, maïsolie, dieetmargarine, halvarine(producten) met minder dan 10g verzadigd vet per 100g, vloeibare bak- en braadproducten, fritessaus, slasaus, mayonaise gemaakt van genoemde oliesoorten, noten en vette vis. Rijk aan enkelvoudig onverzadigde vetten zijn olijfolie, pindakaas en pinda's.


Oplosbare voedingsvezels hebben een gunstig effect op de bloedglucosewaarden met name vlak na de maaltijden. Regelmatig gebruik van fruit, groente en peulvruchten is om deze reden aan te raden. Uitgangspunt bij het diabetesdieet is om te streven naar een volwaardig eetpatroon waarbij de koolhydraten over de dag verdeeld worden. Meestal past dit in ons dagelijkse Nederlandse voedingspatroon met drie hoofdmaaltijden en soms iets bij de koffie en thee. De hoeveelheid koolhydraten die iemand nodig heeft, is ongeveer 50 % van de totale voeding en zal dus voor iedereen anders zijn. 

Wchter, indien bij elke maaltijd kortwerkende insuline met behulp van insulinepen of pomp wordt toegediend, geeft dit andere mogelijkheden voor het dieet. Bij gebruik van een flexibel insuline schema is het gebruiken van een vaste hoeveelheid koolhydraten per maaltijd niet noodzakelijk. De mogelijkheid bestaat om per maaltijd meer of minder koolhydraten te nemen, mits iemand de hoeveelheid insuline die per injectie wordt toegediend, maar aanpast.
Dit aanpassen van de hoeveelheid insuline doet iemand met diabetes in eerste instantie in overleg met de diëtist, de internist of de diabetesverpleegkundige. Uiteindelijk zal iemand via zelfregulatie e.e.a. geheel in eigen hand nemen. 'Extra' koolhydraten, indien bijgeregeld met extra insuline, hoeven niet te leiden tot hoge bloedglucosewaarden. Wel neemt het energiegehalte van de voeding toe. Hierdoor kan iemand zwaarder worden !

 

Who's Online

We hebben 35 gasten online